Wandelverhalen en -verslagen
WEEKEND NOORD-EIFEL
|
ZWERFTOCHT WOFFELSBACH EIFEL (DUITSLAND)
27 tot en met 29 oktober 2000
tekst: Margriet - illustraties: Ellen
|
|
VRIJDAG 27 OKTOBER 2000
Op vrijdagavond rijden Ellen en ik in Ellens donkergroene Volvo, welke tegenwoordig is voorzien van een muziekinstallatie die werkt en cassettebandjes met muziek die bij beide in de smaak valt, over de Belgische snelwegen richting Duitsland (inmiddels is die Volvo niet meer, maar dat is een heel ander verhaal). We zijn op weg naar een lekker weekeind wandelen zonder de kans overhoop geschoten te worden door Belgische jachtfanaten. Het is een zwerftochtweekeind op eigen gelegenheid, en daarmee bedoel ik een zwerftocht die niet onder de NKBV vlag valt. Soms is het namelijk gewoon leuk om iets z'n tweeën te ondernemen, met onze enigszins laconieke houding ten opzichte van planning kennen deze weekeindtochtjes een iets avontuurlijker karakter.
Woffelsbach, wat ons een leuk startpunt lijkt, is wat moeilijker te vinden dan we in gedachten hadden, maar tegen een uur of elf 's avonds stappen we dan toch het café naast de camping binnen. De door alcohol benevelde maar immer aardige Duitsers zijn erg nieuwsgierig wat we gaan ondernemen. Wij ook, de kaart komt tevoorschijn en zoals gebruikelijk hebben we ons plan snel getrokken.
Tijdens het opzetten van de tent, door lekkages aan de voorraad superlichtgewicht tenten een oude maar zeer degelijke katoenen Pluto Plus, bedenk ik me dat de laatstgenoemde misschien wat zwaar is om mee te zeulen de bossen in, maar liefst 4 kilo weegt het geval. Op de kaart staan tenslotte nogal wat schuilhutten aangegeven. Ik durf het wel aan, zonder tent, zonder bivakzak en gokken op een hutje. Volgens mijn positieve instelling gaat het toch niet regenen.
|
ZATERDAG 28 OKTOBER 2000
Ik slaap nog half als Ellen buiten druk in de weer is met het koken van het koffiewater, ons normale ochtendritueel. Ik heb een geweldige donzen slaapzak en vooral 's ochtends vroeg is die zijn geld meer dan waard. Eenmaal buiten ben ik toch ook weer blij dat ik eruit ben, wat een prachtige omgeving, veel heuvelachtiger dan ik had durven hopen. Ellen is snel 'om', de tent blijft in de auto, alleen het losse grondzeil gaat in de rugzak.
Met relatief gezien vederlichte rugzakken lopen we even later langs een beekje omhoog, door de bossen, prachtige uitzichten boven op de kammen, leuke paadjes en als deze er niet zijn of niet in de richting lopen die wij op willen, struinen we er rustig op los. Het eerste doel is een klooster wat op de kaart staat vermeld als "Die Burg", dit blijkt een teleurstelling, de haag rond de voor het grootste gedeelte betonnen nieuwbouw is mooier dan de gebouwen zelf. Niet getreurd, de natuur is prachtig en de tocht gaat verder door het bos welke verstoken is van wandelaars, waarschijnlijk door het weerbericht, welke voor dit gebied de uitlopers van een echte najaarsstorm voorspelt.
Maar dan, help, de eerste hut komt in zicht. Dit is niet het mooie vierkante houten hutje wat ik in gedachten had, het lijkt op een paraplu van hout: een paal in het midden met een rond dakje. Dit gaat niet zoveel bescherming geven tegen de elementen van het weer als het ook maar een beetje op storm gaat lijken. Nou ja, eerst maar naar het stuwmeer, dan zien we wel verder.
Bij het stuwmeer mis ik het pad wat ons links naar boven moet brengen, langs het meer loopt geen pad. Het zonnetje breekt door de wolken, tijd voor een pauze met uitzicht op het meer, genietend van de vredige stilte die af en toe wordt doorbroken door het gefluit van vogeltjes of een spartelende vis in het water.
De oever van het meer is begaanbaar, soms wat geworstel in de blub, maar goed te doen. Bij de dam klauteren we over het hek met het bordje wat aangeeft dat het niet de bedoeling is dat je langs het meer loopt. Op de dam probeert een eenzame wandelaar te achterhalen wat onze bedoelingen zijn, we blijven lekker vaag, die man hoeft niet te weten dat we van plan zijn om te gaan wild kamperen in het bos. Ik geloof dat we Aken als bestemming hebben genoemd.
Als we aan de andere kant van de dam het bos in lopen, begint de schemering zijn intrede te doen. Het wordt serieus tijd om te gaan uitkijken naar een overnachtingsplaats. We koersen richting de volgende schuilhut. Helaas, deze staat wel op de kaart, in het echt blijkt deze niet te bestaan. Volgende bestemming: een kloosterruïne, welke volgens de kaart naast een riviertje gesitueerd is. Dat laatste is niet onwelkom, de watervoorraad voor vandaag is gebaseerd op het vinden van schoon drinkwater en de bodem van de flessen begint in zicht te komen.
|
|
|