Het is inmiddels pikkedonker als we rond de vervallen kloostermuren schuifelen, de ruïne is dermate gedegenereerd dat er niets meer is dan wat stukken muur die nog overeind staan. Hoewel de locatie op zich geweldig is, is overnachten hier niet aan de orde. Het riviertje is toch ook niet wat het moet zijn, meer blad dan water en laatstgenoemde staat stil. Voor de sfeer banjeren we nog wat rond tussen de nog staande muren. Het pad vinden is lastig in het donker.
Ergens tussen 19.30 en 20.00u hebben we ons geïnstalleerd onder een houten paraplu, water hebben we onderweg kunnen tappen waar het stilstaande beekje is uitgegroeid tot een heus riviertje. De eerste fles wijn gaat open, een voorleesverhaal komt uit de rugzak te voorschijn. Met uitzondering van een enkele windvlaag en wat druppels, duidt niets op de voorspelde storm. Redelijk bijtijds blazen we de matjes op en kruipen we met een goed gevulde maag in de slaapzak.
Om 1.30u schrikken we allebei wakker van het zeil dat klappert in de wind. We stoppen het aan beide kanten goed onder de slaapzakken en wachten af wat er gebeuren gaat. Er gebeurt niets, het blijft een beetje dreigen, maar het houten dakje blijft voldoende beschutting bieden. Aangezien we allebei klaar wakker zijn, is dit een mooie gelegenheid om het restant wijn naar binnen te werken. Giechelend kijken we naar de sterren en de wolken die eronder door jagen.
ZONDAG 29 OKTOBER 2000
Mannen in rubber laarzen met mandjes aan de arm, op zoek naar paddestoelen, zijn de eerste levende wezens die we zien. Gelukkig laten ze ons rustig ontbijten en stellen ze geen vervelende vragen. De storm heeft niet doorgezet, het waait, het is fris, maar de zon schijnt, het bos wederom mooi.
We hebben weer eens een oud en in onbruik geraakt pad ontdekt, het loopt weliswaar zeer dicht bij en parallel aan een breed halfverhard weggetje, al fantaserend een weg banen over een gedeeltelijk dichtgegroeid pad ligt meer in onze avontuurlijke geest. Onze drijfveer om asfalt te vermijden gaat zo ver, dat we onze entree in Grosshau maken via de tuin van een villa in de buitenwijk.
Voor we de agrarisch gecultiveerde hoogvlakte oplopen gaan de regenjassen aan, de druppels komen in zo'n grote getale naar beneden zetten, dat we het niet meer kunnen negeren. Niet voor niets, zo blijkt. Een paar minuten later stormt het, windvlagen duwen ons in een versnelling hoger vooruit, de regen beukt op het goretex, maar dan wel aan de achterkant. Het uitzicht is fabelachtig, een geweldige regenboog, in de verte trekt een dappere pony in draf een karretje, dat maakt het plaatje compleet.
Tegen de tijd dat de maagjes beginnen te knorren, schijnt het zonnetje weer. En zo gaat het de hele dag door: regen - zon, jas aan - jas uit. De zon op de regendruppels geeft de natuur een sprookjesachtige aanblik en maakt veel van het ongemak goed.
Bij de laatste klim omhoog door het donkere dennenbos wordt de regen echter een beetje flauw, op het hoogste punt vinden we het niet erg een schuilhut in te kunnen duiken. Uiteraard is dit zo'n hutje wat we voor ogen hadden toen we zonder tent vertrokken: vier muren, puntdakje, houten bankjes, veranda.
Ophouden met regenen zit er niet meer in voor vandaag en van het zitten in het hutje krijgen we het koud. In gestrekte draf naar de auto dus. Na een verkleedpartij bij de auto zetten we ons neder in een restaurant wat wel open is, maar ook eigenlijk weer niet. We zijn de enige gasten, oma speelt maar haar kleindochter in het achterste gedeelte van het restaurant, opa neemt op zijn dooie gemakje onze drankbestelling op, ondertussen luisterend naar de radio, zijn zoon doet zijn best ons een zo eenvoudig mogelijke maaltijd voor te schotelen. Wij vinden het allemaal prima, het is droog, warm en onder het eten maken we nieuwe plannen voor nog meer zwerven. That's life...