Verslag trektocht Alcaraz-Santiago
de la Espada (Spanje), mei 2001

PAGINA 3

 

Deel 2 - hoe het met Margriet en Hardo verder ging

tekst: Margriet / foto's: Margriet, Hardo en Ellen

Woensdag 09 mei
Voor Margriet en Hardo is het voorbij, terug naar Yeste

Ik word zowaar geheel uit eigen beweging wakker, regen klettert op het tentdoek. Ik hoor de stemmen van Aart en Ellen, onze vroege vogels, zeggen dat we nog maar even niet op moeten staan. Wat een wijze woorden.

Om 9.30u. ogen weer open, ik hoor gerommel en geroezemoes, het is droog, dus tijd om uit de slaapzak te kruipen. De Rio de Segura staat een halve meter lager en het zijpad waarover we deze plaats bereikt hebben is veranderd in een rivier, heel tegenstrijdig. De door de 'mannen' gecreëerde dam van gistermiddag ligt nu geheel op het droge.


Hardo (links, tandenpoetsend) en Margriet (mokkend)

 
foto: Ellen

Na het ontbijt en het opnieuw verdelen van de spullen steekt de rest van de groep de inmiddels gekalmeerde rivier over en strompelen Hardo en ik naar de asfaltweg. Na ongeveer een kwartier 'lopen' komt de eerste auto ons tegemoet. De zilverkleurige bestel Renault rijdt weliswaar de verkeerde kant op, we maken toch maar een liftgebaar aangezien de hoeveelheid auto's niet overhoudt. De auto stopt en de twee inzittenden maken ons duidelijk dat we niet mee kunnen rijden, ze moeten bij een hutje vlak bij zijn. Snel stopt een tweede motorvoertuig, een ambulance nota bene. De bestuurder gebaart dat hij een eindje verderop moet zijn, maar straks terugkeert en we mee kunnen rijden naar Yeste. We zitten net in de berm als de zilvergrijze Renault weer komt aanrijden. Voor we iets kunnen zeggen is Jésus onze rugzakken aan het inladen en zijn we op weg naar Yeste.

In de plaats van onze bestemming worden we afgeleverd bij het Hotel waar we gister op het terras gebivakkeerd hebben. We krijgen de grootste kamer van het hotel, de enige kamer met een tweepersoonsbed. Het miezert, we vermaken ons derhalve met het wassen van kleren, het verzorgen van de knie en het met behulp van Ellens woordenboekje korte conversaties voeren met locals, die allemaal zeer geïnteresseerd zijn in de in verband verpakte knie. We worden tijdens een wandelingetje belaagd door Alfonso, de in zichzelf pratende 'dorpsgek', aangezien iedereen hem negeert zonder vervelende opmerkingen te maken, doen wij dat ook maar.

De avond brengen we door met een praten, tapas en een leuk gesprek met Lourdes, het meisje achter de bar wat een halve zin Engels kan praten en ooit een week in Amsterdam gespendeerd heeft. Amsterdam was mooi om te zien volgens haar, maar de koffieshops en de hoeren waren heel expliciet niet van haar gading. Terecht, als je bent grootgebracht in een dorp waar mensen elkaar met liefdevol respect bejegenen.

 

 

Donderdag 10 mei
Nerpio

Een bus naar Nerpio is er niet, tenzij we via Hellin willen touren, dat kost minimaal een dag, dus bestellen we een taxi. Met weemoed blik ik vanachter het autoraam naar de rotsen, bergen, bomen en rivier die ik normaliter te voet getrotseerd zou hebben.

Nerpio is een langgerekt dorp zonder een duidelijk centrum. Het is dat de taxichauffeur ons voor het hotel heeft afgezet, anders zouden we het niet als zodanig herkennen. Het logement is zeer eenvoudig, voor 2500 Ptas hebben we niets te klagen, het bed is lekker zacht en de koffie is volgens Spaans gebruik verrukkelijk. 's Middags ontdekken we een prachtige kloof waar we ons een paar uur vermaken met in de zon zitten, lezen, rotsklimmen en toeristische info doornemen. Nerpio ligt in een uitloper van de provincie Castilla la Mancha, logischerwijze (?) is er dan ook geen informatie over het gebied waar het vervolg van de tocht door heen gaat, dat is Andalucië.

Een beetje klauteren in een kloof nabij Nerpio
Een beetje klauteren in een kloof nabij Nerpio

foto Hardo

Na de inmiddels ingeburgerde tapas aan het begin van de avond, veel te vroeg en veel te veel, nog een avondwandeling over de nieuwe snelweg in aanbouw rond het dorp. Het is duidelijk dat de anderen vanavond nog niet gaan arriveren. Terug in het hotel vind ik dat we maar eens moeten praten over het vervolg van de tocht. De knie knapt niet op, wil niet buigen tijdens het lopen. Hoe pijnvol ook om over te praten, met taxi's achter de groep aanzeulen is niet leuk. Tranen. Het besluit om morgenochtend het Centro de Salud een bezoekje te brengen wordt genomen.


Terugblik naar de ingang van de kloof nabij Nerpio

foto Margriet

 

 

Vrijdag 11 mei
Nerpio

Voor de hostesse maken we in het Spaans een briefje dat wij naar de huisarts zijn en dat er vier rugzakken voor ons kunnen arriveren. Mevrouw de commercie wil meteen weten of zij eveneens blijven slapen. Wij vinden dat van later zorg.

In de huisartsenpraktijk worden we meteen geholpen, hoewel de wachtkamer vol zit met zieke, zwakke en misselijke Spanjolen. Le Medico hoeft maar naar de knie te wijzen, of Hardo gaat door de grond van de pijn. De assistente staat te popelen om de inmiddels al bijna genezen wond schoon te maken en te verbinden, de doktoren staan met geneeskundige atlassen te wijzen naar plaatjes met de knieschijf en staan erop dat er foto's gemaakt worden in het ziekenhuis.

We spreken af dat we onze spulletjes gaan pakken, de dokter zal alvast een ambulance voor ons regelen. Op weg naar het hotel komt Ellen net naar beneden huppelen, het briefje heeft zijn dienst gedaan. Het hele spul zit in het hotel. We drinken gezamenlijk een laatste kop koffie, regelen de laatste zaken en Henk M. gaat mee naar het ziekenhuis om onze repatriëring via de ANWB in gang te zetten. We zouden natuurlijk nog wat kunnen badderen in de zon en wat rondkijken in kleine Spaanse dorpjes, maar we zijn hier gekomen om te lopen, ongeacht de uitslag van de foto's is het helder dat lopen niet meer gaat lukken, dan gaan we liever naar huis.

Foto Margriet

De ambulance brengt ons naar Caravaca. In de eerste instantie lijkt het allemaal erg vlot te gaan: de ANWB belt al terug als we nog onderweg zijn en in het ziekenhuis is de foto binnen een half uur gemaakt, ondanks het feit dat we het zo belangrijke E-111 formulier in Nerpio hebben laten liggen. Het duurt echter uren voor we de uitslag krijgen (alles normaal, rust en een pijnstiller cq. ontstekingremmer) en dan duurt het nog wezenloos lang voor we weer contact kunnen krijgen met de ANWB, de betreffende medewerkster houdt siësta. Maar als ze weer wakker is, gaat ze vliegensvlug aan het werk, alles is binnen mum van tijd geregeld: hotel, taxi naar Alicante, vliegtuig. We moeten alleen zelf krukken regelen, anders neemt de betreffende vliegtuigmaatschappij ons niet mee, reden: Hardo moet zich zelf naar het toilet kunnen bewegen.

Het hotel is afgrijselijk, groot, kil en onpersoonlijk met een onvriendelijke portier. Caravaca is op zich een niet onaardig stadje met wat Romeinse elementen en een burcht, het is alleen zo druk en lawaaiig en ongezellig vergeleken met het gebied waar we vandaan komen. Alleen het restaurant is top, klein minpuntje dat de eigenaar helemaal verzot is van stierengevechten en dat niet onder stoelen of banken heeft gestoken, de tapas is echt super.

In bed komen worden de dierbare herinneringen boven gehaald die we hebben aan de mensen in Yeste die we hebben leren kennen: Lourdes die ons de lekkerste hapjes voorschotelde, de buschauffeur Pèpe die ons herkende uit het café in Boche en ons op vrijdag wel naar Nerpio wilde brengen en maar niet begreep dat we per sé op donderdag wilden, en niet te vergeten het door ons in opa Yeste gedoopte circa 90 jaar oude mannetje, die de hele dag in het hotel bezig was onderzettertjes van riet in elkaar te vlechten en ons een hand snoepjes gaf toen we vertrokken.

 

 

Zaterdag 12 mei
De terugreis


tekening Ellen

Krukken en brace voor de knie gehaald, Spaanse harde worsten die we mee moeten gaan smokkelen naar Nederland in verband met de heersende Mond- en klauwzeer crisis. Verder wat in de zon gezeten, want vanaf nu is het prachtige zomerse weer te voorschijn gekomen. Om 18.00u haalt de taxi ons op. De chagrijnige portier wil ons nog even inpeperen dat het geen stijl is om zo laat uit te checken, die had ons blijkbaar gerust de hele dag met rugzakken laten rondslepen met een gewonde knie.

Gedurende de rit naar Alicante wordt het landschap steeds droger en dichter bebouwd, akkertjes met dode olijfbomen wegens tekort aan water wat afgetapt wordt voor een ander akkertje. We rijden zelfs over de droge bedding van de oorzaak van deze ellende: de Rio de Segura. Had Hardo hier maar geprobeerd over te steken, was vast stuk beter gegaan.

De vlucht is ellendig, zeurende mensen met jengelende kinderen, een stoel gereserveerd voor een niet te buigen rechterknie, terwijl het de linker knie is. Verhuizen naar het middenpad waar elke toiletganger er tegenaan loopt, een nogal pijnlijke ervaring voor Hardo, verhuizen naar achter in het vliegtuig waar de stewardessen het etenskarretje er tegen aanrijden. Ongelooflijk gedrang bij het uitstappen en het koffers ophalen, niets ontziend, met het verstand op nul en blik op oneindig (waarschijnlijk gebruikelijke staat van zijn) elleboogwerkend in een poging een halve minuut eerder dan een ander het vliegveld te kunnen verlaten.

Margriet in de rotsen nabij Nerpio, foto Hardo

Rotterdam, finally. Ik ben nog niet eerder zo verdrietig en zo opgelucht tegelijkertijd geweest om na een vakantie thuis te komen. Nog maar zes weekjes te gaan, dan staan de Oetztaler Alpen en de Gran Paradiso op het programma.

 

Margriet Lautenbach, mei 2001.

 

 

NB De titels bij de dagen
zijn door Ellen gemaakt.

 

 

>>>