Dat betekent een ouderwets leuke klauterpartij, van het niveau dat ik precies aardig vind. Ik ben nl. niet zo'n klimmer, maar van een beetje klauteren ben ik niet vies. Ik spring vrolijk door de kloof heen en fotografeer regelmatig de boys achter mij. Ons tempo ligt niet zo hoog omdat dit soort klauterpartijen, zo is al eerder tijdens deze trektocht gebleken, voor Henk H. nogal lastig zijn.
Henk klautert door de kloof voor Santiago
foto: Ellen
Ook bij het einde van de kloof is het landschap spectaculair. Eerst klimmen we wat omhoog naar een soort rand. Vervolgens zien wij beneden ons de een rivier met de fraaie naam Río Frío (Koude Rivier) liggen. Het water is niet diep, dus waden wij er doorheen naar de andere kant waar geperst tegen de bergwand een verlaten dorpje ligt waar wel wat vee verblijft. Mensen zien we niet, maar die zullen er zeker zo nu en dan komen. We lopen naar het noordoosten, waar geen weg blijkt te zijn. Dus gaan we weer een stukje door de rivier - hier zijn steile kanten - totdat we bij een plaats komen waar we omhoog kunnen. Nu zijn we in het agrarische gebied ten zuiden van het dorp Santiago de la Espada terecht gekomen, de Vega de Santiago ligt vol met akkertjes. Het is een waterrijk gebied, overal zijn stroompjes te zien.
In de brandende hitte doorkruisen wij de Vega de Santiago en dorstig arriveren wij in Santiago de la Espada. We besluiten geen kampeerplaats te zoeken, maar kamers te boeken in het enige hotel van dit dorp, met de weidse naam "Hotel San Francisco". Het goudbeslag en de gietijzeren elementen in dit hotel maken een lachwekkend pretentieuze indruk. Maar ach, het is niet verkeerd om in de bewoonde wereld met echte biertjes te zijn.
Het is duidelijk dat hier geen buitenlandse toeristen komen. Santiago is een zeer slaperige plaats. In de verte zie ik de mond van de Arroyo de Santiago de la Espada-kloof liggen. Het was een erg mooie dag.