Zondag 06 mei
Op weg naar Ríopar en verder naar Noguera, kamperen boven de rivier
Vanaf ons lieflijke overnachtingsplaatsje op 950m hoogte gaan we stijf omhoog de berg op. Eenieder in zijn/haar eigen tempo langs oude, knoestige kronkelbomen behangen met varens, af en toe een blik tussen de bomen door werpend naar Riopar om te zien hoe ver we al gestegen zijn. Boven de desillusie van de aanwezigheid van een auto. We lopen over een zeer groene en met gras begroeide hoogvlakte afgebakend door kale bergen, zeer geschikt voor het houden van vee. Bocht om tussen twee van die kale bulten door en een heel ander landschap verschijnt voor onze ogen: kaal, droog, stekelig struikgewas steekt hier en daar tussen de rotsen uit. In mijn eentje struin ik naar het dichtst bijgelegen hoogste punt (1620m) voor het uitzicht.
Terwijl wij met zijn vijven een beetje op hoogte blijven daalt Henk in zijn eentje via de kortste weg naar beneden het brede dal in. Henk is lichtelijk geïrriteerd door mijn spontane afdwalingen zo links en rechts zonder een gedegen blik op de kaart te werpen. Verwoed stapt hij door richting eind van het dal waar we de rivier over moeten steken. Langzaam verdwijnt hij uit het zicht. Aangezien het bijna niet kan missen, wachten we eerst op andere Henk, die wat moeite heeft met het ruige landschap. Op vlak terrein is hij niet bij te benen, hier is ligt het evenwicht aan de andere zijde.
Aan de linkerzijde van het dal wacht een kloof met een zeer aanlokkelijk uitzicht op een lunchplek bij de rivier met waterval. Nog even naar beneden klauteren voor de voetjes het water in kunnen. Zoals gebruikelijk breekt de zon door op het tijdstip dat we willen eten, in de luwte van de kloof is het heerlijk van temperatuur (het blijkt 8°C). Precies de helft van de groep vindt dit dé uitgekiende mogelijkheid om echt te badderen, ik ben één van de helft die het nog even laat voor wat het is. Luieren in de zon en wat boulderen ligt meer in mijn straatje.