In Prado proberen we een westelijk gelegen route naar het zuiden te vinden. Het kost veel moeite om die op de kaart aangeduide weg te vinden, kennelijk is het hier het einde van de wereld. Het pad wat we uiteindelijk vinden eindigt bij een groot aantal bijenkasten.

Beeld van het bergachtige en verlaten gebied ten noorden van Nerpío
We kijken goed maar een vervolg op deze halfverharde weg is niet te vinden. Er zit niet anders op dan door het gebied heen te kruisen in zuidelijke richting. We passeren een schaapsherder met schapen die dat veel gemakkelijker doet dan wij. De ondergrond in dit gebied is hobbelig, alles lijkt op elkaar. Hoewel de zon schijnt zakt de moraal in het wandelgezelschap. Het is niet erg om moe te worden, maar we doen dit toch ook vanwege het landschap. Dat is hier uitgesproken saai.

Aart, Henk vH en Henk M zoeken zich een weg
Op een gegeven moment stuiten we op een kloof waarin we kunnen afdalen. We volgen de kloof een stuk naar het zuidoosten en draaien vervolgens naar het zuiden om bij een kalkgroeve uit te komen. We klauteren over een berg stenen en bereiken een halfverharde weg, die we volgen tot we op de asfaltweg van Yetas de Abajo naar Nerpío komen. We volgen die asfaltweg en passeren het gehucht La Cabeza. We lopen nog een stukje door om te kijken of er een kampeerplekje iets verder van de weg is te vinden. Helaas, het uitzicht in oostelijke richting is prachtig maar - nu we naar Nerpío willen - afdalen in de richting van het stuwmeer dat we in de verte zien liggen (en dat niet op de kaart staat) betekent dat we de volgende dag later in Nerpío aankomen.
Dus vinden we na veel gezoek in La Cabeza een kampeerplekje dicht bij de weg. Het zonnetje schijnt en na een uurtje arriveren de schaapskuddes in het gehucht. Het blijkt dat we een erg goede plek hebben gekozen, want als wij dichter bij de huizen waren gaan staan hadden we alle schaapskuddes langs onze tenten gehad. Dat bleef ons nu bespaard.
Die avond zitten we wat lager uit de wind aan onze kleine privé-glaasjes met daarin de laatste Ponche Caballero die we nog hebben. We praten over onze ontmoeting met Margriet en Hardo, hoe zou het met ze gaan?