Leendert en Lilian in Tanzania,
september 2001

brieven uit Tanzania
van Lilian en Leendert

  Afrikaanse vogels

Leendert en Lilian zijn op vakantie geweest in Tanzania. Zij hebben in een aantal e-mail brieven hun belevenissen beschreven.

Tenzij anders vermeld zijn de foto's van Leendert (c)

(Ellen)

 

 

Van: Leendert
Onderwerp: Tanzanianieuws
Dinsdag 11 september 2001

Hallo familie en vrienden,

We zitten vandaag tijdens onze rustdag in Arusha. Morgen gaan we Mount Meru op. Die is waarschijnlijk gemakkelijker dan de Lengai, die we eergisternacht hebben beklommen. Half twaalf op en om 1 uur 's nachts aan de wandel. De vulkaan is onwijs steil en heeft vreselijk veel los gesteente en zand. Na 6 ½ uur waren we boven en keken uit op een krater vol lava en rokende zwaveltorens. Schitterend! De zon kwam net boven de kraterrand uit. R., onze reisleider, voelde zich vanaf het begin niet lekker; hij wilde weer snel naar beneden. Voorzichtig daalden we af, maar R. ging zich steeds beroerder en misselijk voelen. Op een gegeven moment kon hij niet meer op zijn benen staan. De jongens ondersteunden hem, maar het werd steeds zwaarder. Drie mensen liepen vooruit om met de jeep hulp van de camping te halen. We kwamen terug met een aantal Masai. Provisorisch werd een brancard van stokken en een net gemaakt. Om twee uur, na 6 ½ uur in de zinderende hitte lopen, kwamen we bij de jeeps en werd R. in 7 uur naar het ziekenhuis in Moshi gebracht. Gelukkig gaat nu alles goed.

Verder hebben we schitterende safari's gemaakt. Olifanten, leeuwen, giraffen, nijlpaarden en een van de laatste drie neushorens in Tanzania gezien. Allemaal van heel dichtbij. Ook tijdens de Masai-trek van drie dagen hebben we tussen de zebra's en gnoes gelopen.

De rest van het verhaal en details horen jullie later wel. Onder andere een innige ontmoeting met een paar slangen. Verder verkeren we in goede gezondheid en genieten volop.

Groeten, Leendert en Lilian

PS J.: Bedankt voor je mailtje. We hebben een goed vlucht gehad; het weer is overwegend zeer zonnig. 's Avonds hebben we het soms koud bij 14 graden en overdag lopen we weleens bij 41 graden te zweten.

 


Twee gnoes

 

Van: Leendert
Onderwerp: Tanzania twee
Zaterdag 15 september 2001

Jambo,

Hoewel al om halfacht onze bagage klaar moest staan, konden we pas om kwart over een aan onze tocht naar Mount Meru beginnen. We zagen meteen giraffen, buffels, knobbelzwijnen en zebra's. Om de stijging niet al te sterk te laten zijn, hadden we gekozen voor de lange route. Wat we niet wisten was dat de gewapende ranger, die ons vergezelde, dit liever niet had, omdat er tegen de avond wild tevoorschijn kon komen. De route ging door mooi regenwoud, waarbij we verschillende malen Colobus apen konden bewonderen. Halverwege moesten we plotseling halt houden voor een overstekende olifant. De ranger was zeer opgewonden en we moesten onze route dwars door het woud verleggen. Hetzelfde geschiedde nog meerdere malen. Na een veilige aankomst in de Miriakamba hut zei de ranger dat hij dit nooit meer zou doen.

De volgende dag stegen we weer 1000 m naar de Saddle hut op 10250 feet. 3500 m dus. Na een mok thee gingen we met een klein gezelschap nog even naar de top van Little Meru. Het had een prachtig uitzicht.

De daarop volgende nacht gingen we halfvier op voor de beklimming van Mount Meru (4565 m). De route viel (Leendert) heel erg mee, maar kostte wel veel energie. Onderweg zagen we een schitterende zonsopgang boven de Kilimanjaro. Toen het eenmaal licht was, waren de uitzichten fenomenaal. Iedereen haalde de top, waar het zo warm was dat we er nog een tijdje konden doorbrengen. Helaas zat op de terugweg alles in de wolken. De afdaling verliep zeer voorspoedig, waarbij we ook nog in een kudde giraffen verzeild raakten. Beneden stond de bus klaar, die ons hotsend en botsend in 5 kwartier het park uitlooste. Daarna was het nog een klein uur naar Moshi, waar we nu in een luxe hotel bivakkeren.

Onze reisleider blijkt na onderzoek in het ziekenhuis iets aan zijn linkerhartkamer te hebben en wil zo snel mogelijk naar Nederland, maar wacht nog steeds op een vliegtuig.
Met ontzetting namen we kennis van de gebeurtenissen in Amerika.

Onze gezondheid is nog steeds prima en we bereiden ons voor op de beklimming van de Kilimanjaro. Een tocht van 6 dagen.

Wordt vervolgd.

Lilian en Leendert

PS voor W. en R.: Onze felicitaties met de badkamer. Vanuit het stoffige Tanzania weten wij hoe belangrijk dit is. We kunnen van hieruit inderdaad alleen maar hotmail lezen.

 


Twee hyena's aan het werk in het water

 

  Wandelen over een Afrikaanse berggraat

 

Van: Leendert
Datum: zondag 3 september 2001
Onderwerp: Tanzania drie

Jambo,

Zoals beloofd een laatste aflevering van ons Tanzania-drieluik. Hedenmorgen om 10 voor acht in goede gezondheid op Schiphol en om halftien thuis. Maar nu een verslagje van onze Kilitocht. Vroeg in de morgen werden we per Minibus naar Machame Gate vervoerd. Daar schrokken we ons een hoedje.
Een grote kermis.Honderden mensen (toeristen en porters/gidsen) en talloze voertuigen die steeds wolken stof deden opwaaien. Ons was verteld dat dit de rustige route was en dat het seizoen nu vrijwel was afgelopen. Nu enige tijd zette ook onze karavaan zich in beweging door het hier en daar glibberige regenwoud. Steeds wordt er geroepen porter links/rechts om deze personen de gelegenheid te geven om ons te passeren. Vaak is dat niet nodig, want de porters hebben vaak een transistorradio aan hun bepakking hangen, die luid westerse muziek uitkraamt. Hoewel het regenwoud niet lelijk was, viel de variatie in de begroeiing wel wat tegen. Toen we tegen het eind van de dag in wat opener terrein kwamen, zagen we een eindeloze stroom mensen voor en achter ons. In Machame Camp (3000 m) sloegen we met vele anderen ons tentje op (Een popfestival?). Was deze lawaaiige toestand onze Kilidroom?

De volgende dag in dezelfde maalstroom omhoog. Tot overmaat van ramp bleek de boomheidevegetatie met zijn reuzenlobelia's, waar we nu in belanden, vier jaar geleden geheel te zijn afgebrand (en dan geen paar honderd ha maar vele vierkante kilometers in een maanden durende brand). Dus lopen door een zwartgeblakerde vlakte met houtskoolstammetjes van de voormalige boomheide. Alleen op geïsoleerde plekken onder rotsen was nog wat van de oorspronkelijke vegetatie over. In Shira Camp (3840 m) werden de tenten weer neergepoot. Omdat het hier redelijk vlak is, kan de mensenmassa hier wat meer worden verspreid..Van hier heb je een fraai uitzicht op zowel de Kili als de Mount Meru, vooral bij zonsopgang en zonsondergang. De nacht is enigszins onrustig doordat kampeerders een wilde hond proberen te verjagen en doordat er al diverse mensen weer naar beneden vertrekken, die nu al last van de hoogte beginnen te krijgen; één is er zo ernstig aandoe dat die per brancard vervoerd moet worden.

De derde dag is voor ons rustdag; d.w.z. we blijven nog een nachtje in dit kamp om aan de hoogte te wennen. We maken een tochtje naar Shira Needle het hoogste topje aan de zuidkant van het Shira-plateau (eerst een paar honderd meter afdalen, dan de nodige meters weer omhoog. We worden wel beloond met mooie vergezichten, maar we zitten nog steeds in het verbrande gebied. Het weer is elke dag een mengeling van zon, flinke wind en wolkenmassa's, zodat de temperatuur van moment tot moment sterk kan verschillen.

De vierde dag begint het wat serieuzer te worden. Met de grote massa vertrekken we richting Lava-tower (een indrukwekkend stuk rots). Vlak voor Lava-tower gaat de grote massa onderlangs richting Barranco Camp en wij boven langs naar de Arrow Glacier. Nu hebben we het rijk vrijwel voor ons alleen. We passeren nu diverse beekjes vol ijs formaties. Halverwege begint het flink te hagelen en te sneeuwen en in korte tijd is alles wit. Op onze kampplek (4800 m) kruipen we snel in ons tentje en regelmatig duwen we de sneeuwlast van het tentdoek. Bij mij vertonen zich nu de eerste verschijnselen van hoogteziekte in de vorm van een lichte hoofdpijn. Gelukkig klaart het nu op en in de zon en zonder wind is het nu echt aangenaam en blijkt de omgeving wonderschoon. Ook hebben we prachtig zicht op enkele gletschers. We bestuderen de route van morgen die loodrecht omhoog lijkt te gaan. Als het een maal donker is, hebben we een sprookjesachtig gezicht op de lichtjes van Moshi, ruim 4000 m onder ons.

Om twaalf uur 's nachts is het appèl. Snel opstaan, alles in pakken, proberen een paar mokken thee en een bakje havermoutpap naar binnen te werken plus een paar biscuitjes. Degenen die wat later in de kooktent komen, moeten genoegen nemen met wat minder. Om ongeveer 1 uur gaan wij dertienen met een gids voor en een gids achter beginnen aan de steile klim van 900 m naar de rand van de grote krater. Dit gaat niet zonder problemen. Bij velen valt de koplamp uit (en aan de nieuwe maan heb je ook niet veel), ook is de klimvaardigheid zeer verschillend zodat regelmatig op de langzaamsten gewacht moet worden (wat geen lolletje is in een terrein waar vlakke stukjes vrijwel niet bestaan). Regelmatig worden enige frustraties geuit. Verder is de geniepige vrieskou (- 10 oC) in combinatie met een flinke wind ook niet toeristvriendelijk en lest but not least gaat de hoogte ook zijn tol opeisen.

Voor we de kraterrand bereiken komt de zon al op en het is een fascinerend gezicht de schaduw van de Kili op de wolken geprojecteerd te zien. Als we eindelijk na veel moeite op de kraterrand zijn aangekomen, laat de wind pas echt van zich spreken. Bovendien is de temperatuur op dit tijdstip op zijn laagst. Men wil bijkomen van de steile klim, maar is geen plek waar je echt in de luwte kan zitten en de meesten zijn letterlijk aan het klappertanden, een enkeling ziet het helemaal niet meer zitten. Toch levert de tocht van dit punt af, de ene na de andere fascinerende blik op. Gletschers in alle formaten en vormen (b.v. als tanden of bruidstaarten) liggen op de kraterbodem of op de hellingen. Ik begin weer een beetje over mijn aanvankelijke teleurstelling over de Kili-tocht heen te komen, hoewel de hoofdpijn steeds intenser wordt. Om bij de hoogste top te komen moeten we nog een steile verheffing van 200 m in de kraterrand overwinnen, dit gaat zeer moeizaam. Eenmaal boven, moeten we nog een stukje lopen naar de UHURU PEAK (5896 m). Het aantal mensen op de top valt reuze mee en er worden natuurlijk de nodige fotosessies gehouden met of zonder tranen van spanning, emotie of vermoeidheid. Er is zoveel moois op de top te zien, dat je er eigenlijk een dag voor moet uittrekken. (De oppervlakte van de krater is enorm.) Tegen half twaalf nemen we de Mweka-route naar beneden (één grote zand- en grindbak). Voor mensen met nog genoeg energie en de juiste techniek een snelle afdaling, maar op diverse plaatsen zie je toeristen ondersteund door een gids de berg afstrompelen. Je komt dan bij de Barafu hut (4600 m). Vandaar is het volgen van de Mweka-route sinds kort niet meer mogelijk door een aardverschuiving . Parallel aan deze route heeft men een stuk oostelijker een nieuwe (langere) route aangelegd. Aanvankelijk gaat deze door een vrij saaie steenwoestijn met steeds mooie vergezichten op de Mawenzi ((5149 m). Later bereiken we de boomheidevegetatie. Ook hier hebben bosbranden veel schade berokkend, maar omdat het hier al 7 jaar geleden heeft plaatsgevonden is het herstel verder gevorderd. Het pad is smal en zit vol stronken omdat het pas gekapt is. Tegen de avond bereiken we de nieuwe kampplaats. We hebben na de zware beklimming ook nog eens bijna 3000 m afgedaald. Dit is echter noodzakelijk, want iedereen had wel last van hoogteziekte. Helaas blijkt de keukenuitrusting nog niet gearriveerd te zijn. We hebben het deze zware dag met een pover lunchpakketje moeten doen. Uitgeput ga ik maar een dutje doen. Later blijkt dat de drager zijn enkel verstuikt heeft en dus niet verder kon. De dragers hadden ook een zware loopdag (11 uur lopen zonder rust; zij moesten 4 uur 's morgens vertrekken. Als om half negen 's avonds een provisorische maaltijd gereed is, probeert Lilian mij voor het eten te roepen maar ik schijn in mijn slaap gezegd te hebben dat ik niet meer wilde eten. Zodoende wordt ik om 11 uur 's avonds ontnuchterd wakker met een rammelde maag en een schreeuwende dorst, maar er is niemand meer die me kan helpen.

De zesde dag gaat de afdaling naar de nieuwe Kidia Gate; ongeveer 7 uur lopen. Het is een route waar ik heel erg van geniet. Vrijwel geen mensen en een grandioze natuur met veel bloeiende planten en beken, We komen spoedig in nog gaaf boomheide bos met stammen tot 1m diameter en een respectabele hoogte. Op opener stukken staat het vol met (bloeiende) reuzen lobelia's. Langzamerhand komen we in het tropische regenwoud, waar we veel over boomstammen en wortels moeten klimmen. Tweemaal zien we reusachtige behuizingen van bijen in kruin van een hoge boom. Een nest kan gemakkelijk 50 kg honing bevatten.Na weer een povere lunch uit het gehate witte doosje uit Moshi (driekwart vol met koude friet) bereiken we na de nodige bloemetjes gefotografeerd te hebben de gate.

De snelste lopers houden een kameleon onder een tas. Na zijn bevrijding kleurt hij snel van zwart naar groen/blauw. Gauw ook een foto van nemen. Bij de Gate worden de nodige uitschrijfformaliteiten gepleegd en ontvangen wij ons bewijs van het bedwingen van de hoogste top van Afrika. Het minibusje brengt ons weer naat het hotel in Moshi, waar Lilian de stoffigste deelnemer naast de keurig uitgedoste piccolo op de foto zet.
's Avonds is er een barbecue; het valt ons de hele reis niet mee om vegetariër te zijn. We kunnen mee-eten, maar wel voor de zelfde prijs als de vleeseters. Veel alternatieven zijn er niet. 's Nachts krijg ik buikkramp en even later begint de buikloop. Die ochtend blijf ik met speciale permissie (men dient de kamer te verlaten) nog in bed. Om 1 uur worden we vervoerd naar het huis van de touroperator, die ons vergast op een zeer uitgebreide maaltijd en een high tea. Ik verhuis naar één van de slaapkamers. Gelukkig had ik Loperdine meegenomen en die begint langzaamaan te werken. Aan het eind van de middag krijg ik een kruidendrankje, een bord rijst en een kommetje yoghurt met kruiden. Ik weet het naar binnen te werken en het valt niet slecht. Na afscheid van de touroperator, zijn familie, een gids, een chauffeur en de keukenploeg worden we in ijltempo naar het vliegveld gereden. Tijdens de busrit begint één van de deelnemer over te geven. In het vliegtuig begin ik me steeds beter te voelen, terwijl steeds meer deelnemers het slachtoffer worden van maag-darmklachten. De stewardessen kunnen zakjes blijven aanslepen. Misschien was mijn middag op bed geen slechte keuze. Na een vlucht van 3 kwartier de verkeerde kant op naar Dar es Salam, moeten we 2 uur aan boord blijven voor we naar Nederland vertrekken.Ik kijk terug op een zeer geslaagde vakantie, al verliep de organisatie verre van vlekkeloos.

Leendert en LiLian

 

Op de top!!!  Lilian en Leendert op de top

 

Teksten: Leendert en Lilian ©, foto's: Leendert ©

 

 

>>>>

bron van dit verhaal op internet: http://zwerftochten.bergsport.com