Wandeltrektocht Vogezen, februari 2001
|
![]() de auteur van dit verhaal in Luxemburg, op 31 december 2001 (foto Ellen) |
Zondag 4 februari - van Thann naar het noorden
Na een zeer geslaagd weekje skiën in Port du Soleil worden we rustig wakker in een behoorlijk klein hotelkamertje in Thann aan de zuidkant van de Vogezen. Ontbijtje, spullen uitzoeken, tassen en rugzakken bedekken de vloerbedekking en het bed. Rugzak inpakken, rugzak uitpakken, rugzak weer inpakken met minder spullen, auto wegrijden naar de rand van het dorp en we zijn op weg. Eind van de straat rechts, nog een keer rechts en we komen doodleuk weer bij de auto uit. Na nog een ronde door Thann gemaakt te hebben slaagt de tweede poging om het dorp volgens plan te verlaten, een kompas is erg handig in bebouwde omgeving.
|
Rustig maar gestaag klimmen we in noordelijke richting de Vogezen in. Het is zeker niet koud, het zonnetje wurmt zich af en toe zelfs door de wolken heen. Het eerste hutje wat we op onze weg vinden is een verassing, groot, rond, plexiglas ramen rondom en een smeulend vuurtje in het midden van de hut, als we dit soort hutten zullen vinden voor een overnachtingsplaats wordt het een luxe vakantie. Helaas huisvest de hut ook collega wandelaars, maar die pakken snel hun biezen, de net uitgepakte brander en de lunch verhuizen we snel naar binnen, alwaar we achter het raam een prachtig uitzicht hebben over het zonovergoten laagland ten zuidoosten van de Vogezen.
Bij het volgende kruispunt treffen we de wandelaars weer, die ons aanmoedigen om achter hen aan te lopen nadat ze gevraagd hebben waar onze weg naar toe gaat. Eigenwijs als we zijn nemen we uiteraard het andere pad, halfverhard, iets minder spectaculair misschien, achter iemand aanlopen ligt niet in ons straatje. De eerste sneeuw op het pad dient zich aan, papsneeuw met gladde stukken, het landschap doet meteen winters aan wat beter voldoet aan het verwachtingspatroon van een trektocht in de winter.
Bij een Auberge zijgt H. neer op het verlaten terras, "Het lijkt wel alsof we alleen maar klimmen". Dat klopt, ik heb een goede route uitgezocht met het startpunt aan de rand van de Vogezen in het dal, hi!
Een stukje afdalen en op zoek naar het eerste hutje voor de overnachting. We zoeken, lopen nog een extra ronde, struinend in de helling omhoog, geen hutje. Dan maar afdalen richting dal om uit de inmiddels redelijk harde wind ons tentje (met lichtelijk poreus grondzeil) op te zetten. Een echt vlak stukje vinden we niet, maar het gaat. Biertjes uit de rugzak, echte Guinness, potje gekookt, deze keer nog met verse groenten. Reeds om 20.00u maakt H. aanstalten om z'n mandje klaar te maken, het is buiten te koud naar zijn oordeel. Dus hangen we om 21.00u in het voeteneinde van het tentdoek.
|
Maandag 5 februari - wakker worden in de regen en door de papsneeuw omhoog / hutje niet gevonden...
Vroeg opstaan mislukt.
Heel snel even mijn ogen open, gelukkig, het is nog donker en ik mag nog
even slapen van mezelf. De regen tikt hard op het tentdoek, heel
slaapverwekkend.
Een bepaalde hoeveelheid tijd verder doe ik nog een poging, grrr... het is
licht en het regent nog steeds. Ik wil nog even niet weten wat er allemaal
nat is geworden door het poreuze grondzeil, thuis heb ik wat geklooid met
één of ander goedje om het grondzeil waterdicht te krijgen, maar ik weet nu
al dat die onderneming niet geheel geslaagd is. De tent is dan ook mee voor
reserve, voor als we geen schuilhut, waar de Vogezen mee vol zijn gebouwd,
kunnen vinden.
Degene die naast me ligt is me vele malen liever (understatement) dan een slapende hond, maar ik ga hem lekker nog even niet wakker maken. Bij de derde keer dat ik mijn oogleden van elkaar trek moet het er maar eens van komen. De waterschade blijkt enorm mee te vallen en na wat gedreutel in de tent staan we uiteindelijk buiten klappertandend wat chocola naar binnen te proppen, koffie doen we later wel, eerst warmlopen.
Wind, regen en koude trotserend klimmen we door de papsneeuw omhoog. In de
luwte van een bidkapelletje zien we onze kans schoon om koffie te maken en
nog meer chocola tot ons te nemen.
Verder gaat de tocht omhoog, zoveel mogelijk lichaam bedekt met Gore-tex
over evenzoveel fleece, de Grand Ballon op, over in onbruik geraakte
skipistes, nog meer wind, meer regen, meer sneeuw, het laatste nu ook uit de
lucht. De sneeuw waar we soms kniehoog in wegzakken en gladde verijsde
stukken maken dat het niet hard opschiet. Na al dat geploeter biedt het
restaurant aan de voet van de top echter een welverdiende pauze. Natte
spullen uit, met name de voetjes beginnen nat te worden. Het jonge hondje
wat jolig door het restaurant dartelt is zo verzot op onze uitrusting, dat
H. het beestje buiten laat spelen, hoeven we tenminste niet elke keer het
hondenspeelgoed weg te gooien om er zeker van te zijn dat het diertje geen
gat in een jas of gamasche bijt.
|
We vervolgen het eerste stuk van het volgende traject over de asfaltweg, niet dat daar iets van te merken is, de weg is afgesloten voor verkeer en ligt verscholen onder de sneeuw. Na enkele kilometers pikken we de GR 532 op die langs de weg ligt, richting Le Markstein, alwaar we het meest zuidelijk gelegen voetpad in westelijke richting nemen om bij een hutje uit te komen. Ook hier ligt echter sneeuw waardoor we het pad kwijtraken. Mijn avontuurlijke geest wordt direct wakker en hup op kompaskoers in de helling omlaag. Het schemert al enige tijd en het afdalen van de redelijk steile helling door het losse puin en de omgevallen bomen mag gerust spannend genoemd worden. Op het halfverharde pad aangekomen wat het doel van deze afdaling vormde, blijkt mijn nieuw aangeschafte Petzl hoofdlamp met LED's kwijt te zijn. G!#@%!@#*!
Het maanlicht in combinatie met reflecterende sneeuw zorgt voor voldoende licht om te lopen over het goed begaanbare pad. Uitkijkend naar het hutje blijven we lopen, het zal ons niet gebeuren dat we na het wakker worden ontdekken dat het hutje achter de volgende bocht blijkt te liggen. Na nog drie kwartier lopen kom ik tot de conclusie dat we nu toch echt te lang in zuidelijke richting hebben gelopen om nog kans te maken op het hutje. Langs het pad is voldoende plaats voor de tent, het koepeltentje kan zonder haringen worden opgezet wat erg veel scheelt in tijd als het regent, zoals nu. Snel de tent in, koken laten we voor wat het is, de uit Port du Soleil meegebrachte worsten en kaasjes komen te voorschijn, evenals het heupflesje met whisky. De slaapzakken zijn heerlijk warm en binnen de kortste keren liggen we te slapen na deze inspannende dag.
Dinsdag 6 februari - via Ranspach naar een hutje bij een gesloten Auberge / nachtelijk bezoek
|
Vroeg opstaan mislukt
Maar als ik dan mijn ogen open, is het veel te licht voor slecht weer. Tent
open, hoofd naar buiten. Ha, zon. Alle spullen mogen naar buiten om te
drogen in het zonnetje terwijl wij op ons gemak de tijd nemen voor het
ontbijt. Mijn hoofdlamp is tevoorschijn gekomen, H. heeft er de hele nacht
op gelegen. Binnen zeer afzienbare tijd is alles opgedroogd (daar koop je nu
die dure spullen voor).
Na 10 meter te hebben gelopen lijkt het pad op te houden, maar na wat struinwerk weten we het toch weer op te pikken en genietend van het zonnetje lopen we langzaam het dal in. Iets te langzaam naar later blijkt, in Ranspach zijn alle winkels net gesloten. Gezien de lange tussen-de-middag-sluiting in Frankrijk heeft het geen zin om te wachten tot ze weer open gaan. Bij een tankstation vullen we onze etensvoorraad aan met chocola, chips, bier en een fles wijn en in het weiland ernaast wordt direct de helft ervan genuttigd, van de chocola en chips tenminste. H. heeft last van zijn schouders door een niet goed passende geleende rugzak (vD). Ondanks alle riempjes is het geval niet op juiste wijze tegen H.'s rug aan te krijgen en de heupband schiet los als je hem strak aantrekt.
|
We maken ons op voor een redelijk straffe klim van 800 meter omhoog, het is zulk mooi weer dat we in T-shirt kunnen lopen. In een heel gelijkmatig tempo wat ons beiden past lopen we omhoog, door de kale bomen kijken we het dal in waar we vandaan komen en we kunnen onze vorderingen zo goed aanschouwen. Eenmaal boven de bomen uitgestegen wordt het kouder en steekt een zeer gure wind op. Het is dermate onaangenaam dat ik in record tempo over de kam race en totaal vergeet van het uitzicht te genieten. Bij een Auberge dalen we af, elke afgelegde meter op de kaart controlerend, want deze keer wil ik het op de kaart aangegeven hutje absoluut niet mislopen.
Een bocht, nog een bocht en net voor de schemering invalt doemt een schattig hutje op tegenover een Mariabeeld met bloemen. Een hutje met een houtkachel, met een droge voorraad hout, met nog bruikbare waxinelichtjes. Dat gaat helemaal goed komen vanavond. Het hutje staat langs een asfaltweg, maar die gaat alleen naar de Auberge die we voorbijliepen en die gesloten beek, dus daar maken we ons niet zoveel zorgen over.
|
Het is een heerlijke avond, het kost even wat moeite om het hout in de fik te krijgen, eenmaal brandend is het zeer comfortabel in de hut en kunnen alle natte kleren aan de waslijn, ook de vuile was, want dat scheelt gewicht. Rondom de hut is voldoende hout te verzamelen, het bier smaakt heerlijk, vers water voor het koken, wassen en tandenpoetsen is op beloopbare afstand voorradig. Potje gekookt, nasi met nog wat resterende groenten en pindasaus, wijntje erbij, nog wat hout op het vuur, goed gezelschap, geweldig.
Een autodeur wordt dichtgeslagen. Voetstappen. Stemmen. Rechtop in bed, zaklamp in de aanslag, 3.30u 's nachts. Vier opgeschoten in verregaande staat van alcoholische en/of wietachtige beneveling jongelui zijn na een lachbui zeer teleurgesteld als het hutje wat ze in gedachten hadden om hun nachtelijke escapades in voort te zetten door ons bezet blijkt te zijn. Ze geven de moed echter niet meteen op en zetten zich neer op de veranda. Eén jongen heeft er al snel genoeg van, maar het meisje in het gezelschap wil niet vertrekken voor ze haar zangkunsten te berde heeft gebracht. Tot groot ongenoegen onzer zijde, we zijn klaar wakker en het duurt eeuwen voor we de slaap weer vatten.
Woensdag 7 februari - via Bussang en St. Maurice naar een volgende hut, die gelukkig midden in het bos is dus dit keer geen bezoek
Vroeg opstaan mislukt.
|
|
Donderdag 8 februari - over de Ballon d'Alsace met sneeuw en regen naar Oberbruck en Wegscheid, de hut niet gevonden
|
Vroeg opstaan redelijk gelukt.
En dat is maar goed ook, we hebben een lange dag voor de boeg. We moeten een
aardig eindje lopen om een hutje te kunnen bereiken en in deze
weersomstandigheden geniet het overnachten in een hutje de voorkeur boven
een tent. Bovendien willen we nog wat inkopen doen, de boulangerie die we
gister aandeden had niet echt dat op voorraad wat we in gedachten hadden,
dus moeten we ook nog het dal in.
Eerst maar een bij de Ballon d'Alsace omhoog, over prachtige paadjes, met het stijgen komt de sneeuw weer tevoorschijn, waardoor het landschap nog mooier wordt. Maar als we in het restaurant aan de warme chocola zitten, begint het te stortregenen. Hm. Toch wil ik even naar het hoogste punt, dan is het ook makkelijker om de geplande route te volgen. Boven. Foto. Lopend langs de rand ontdekt H. een skispoor wat over de couloir verdwijnt, dat is vast niet helemaal goed gegaan.
|
Het is prettig dat ik hier vorig jaar ook ben geweest, anders had ik het pad voor de afdaling niet gevonden. Het is een behoorlijk steile afdaling en de sneeuw maakt elk mogelijk pad onvindbaar. Spiedend naar de rode rechthoekjes op de bomen die hier de GR 5 aanduiden vinden we onze weg naar beneden over rotsblokken en diep wegzakkend in de sneeuw. Het stuk van de GR 5 wat hierop volgt heb ik vorig jaar ook gelopen, maar het is zo'n mooi stuk, een smal paadje hobbelend over rotspartijen, langs verwilderde bomen en een prachtig uitzicht, vooral terugblikkend op de Ballon d'Alsace waar we net vanaf komen. Juist in deze periode is het prachtig, niet in de laatste plaats omdat er geen andere wandelaar te bespeuren is.
Bij de Col des Charbonniers slaan we af richting dal. Het is een mooie afdaling, maar we doen er langer over dan ingecalculeerd. Pas om half vier naderen we Oberbruck, in de regen. Een boulangerie annex café heeft niet het eten of drinken wat we zoeken en ondanks het feit dat er in het café alles aan gedaan wordt om plaats voor ons te maken, besluiten we verder te trekken. Stom genoeg laten we een supermarkt links liggen, deze zag er nu eenmaal uit als een brandstofwinkel van vergane glorie, niets duidde erop dat COOP een supermarkt was, vele kilometers verder zagen we een bord wat opheldering gaf over wat schuilging achter de bouwvallige gevel, maar toen was het al te laat.
Langs de weg lopen we naar Wegscheid, ook daar geen supermarkt. We zetten ons neer in een bushokje, voor H. wordt het hoog tijd zijn schouders even te ontlasten en we eten wat. De lucht lijkt enkele momenten wat lichter te worden, dat is slechts schijn, vijf minuten later barst het noodweer pas echt los. We blijven wat dralen, maar een bushokje is ook niet alles en verder is er in Wegscheid echt niets te bekennen wat verlichting in deze situatie zou kunnen brengen, dus gaan de regenbroeken maar weer aan. Gezien het late tijdstip van vertrek en de kilometers die we nog moeten afleggen om bij een hutje te geraken, kiezen we een wat eenvoudiger route dan het pad waar we aanvankelijk voor hadden gekozen, in het donker zie je er toch niets van. Omhoog gaat het weer, door de regen, de schemering, dan donker. De regen wordt mist. Het zicht is ongeveer anderhalve meter terwijl we over een smal paadje met de nodige hindernissen omhoog zigzaggen. Gelukkig is de route goed aangegeven, met reflecterende bordjes, daar is over nagedacht. Ongeveer om het uur lassen we tijd in voor een kleine pauze en elke keer blijven we bij onze beslissing, we gaan stug door. H. vindt het lopen zonder uitzicht niet bijzonder, maar ik vind het wel iets mystieks hebben: het donkere bos, de mistflarden met zo nu en dan uitzicht op een vage bergkam.
Boven is het zoeken naar het juiste pad, alle paden zijn hier vergeven van de rode driehoekjes. Bij een waterval tappen we water, aangezien er bij het door ons uitgekozen hutje als overnachtingsplaats geen watertje staat aangegeven op de kaart. We maken ons op voor de laatste loodjes.
|
Een enorme teleurstelling wacht ons als we bij het kruispunt aankomen waar een hutje zou moeten staan. We maken een verkenningstocht over alle paden, het enige wat we vinden is een prachtig houten bankje. Er rest ons niets anders dan de tent uit de rugzak te pakken, welke ik de voorgaande avond gelukkig uitgebreid te drogen heb uitgehangen. Door een gedeelte van de ingang van de tent aan een boomstronk te knopen ontstaat er meer luifelruimte waar ik kan koken. Ineens herinner ik me dat ik tegen mijn gewoonte in ook chocolademelk heb meegenomen. De HotChoc voor het eten is bijzonder aangenaam en hebben we zeker verdiend, hoewel een biertje er ook wel in zou zijn gegaan. De warme maaltijd bestaat uit een kant en klaar pastamaal, de noodmaaltijd, maar met (veel) kaas toch aardig eetbaar. Nog een HotChoc en om 23.30u (zo laat hebben we het nog niet gemaakt tijdens deze tocht) liggen we uitgeteld in de slaapzakken terwijl de regen al weer verwoed op het tentzeil roffelt.
Vrijdag 9 februari - de hut de volgende ochtend wel gevonden / in de zon naar Thann / eind goed al goed
Volgens planning niet vroeg opgestaan.
Na het wakker worden doen we de volgende constateringen:
1. het sneeuwt;
2. er staat een plas water in de tent, het wordt nu dus echt tijd voor
een nieuwe;
3. door de bomen schemert een dakje.
|
Onderzoek wijst uit dat we gekampeerd hebben op ongeveer 25 meter afstand van een hutje. Het doet me goed dat het in dit geval gaat om 'slechts' een halfopen hutje met de opening aan de windzijde, weliswaar met open haard, maar zonder droge houtvoorraad. In deze natte omstandigheden hadden we geen hout kunnen vinden waarmee we het vuur aan hadden gekregen en met de wind en regen pal op de open zijde van het hutje waren we toch wel tot de conclusie gekomen dat bivakkeren in de tent aangenamer zou zijn. We verorberen de laatste hoeveelheid brood, kaas, worst en chocopasta, de voorraden zijn achteraf bezien goed uitgekiend, we hebben niets teveel meegesjouwd.
De zon breekt door de wolken als we ons op zeer ontspannen wijze richting Thann begeven. Het is echt een dag zoals de laatste dag moet zijn. Niet al te inspannend, gezellig kletsend, lekker in het zonnetje met prachtige uitzichten op het gebied waar we in de afgelopen dagen doorheen getrokken zijn.
|
In Thann duiken we de eerste de beste kroeg in, tijd voor een biertje, en uiteraard nog één. Dan begint het verlangen naar een douche de overhand te krijgen, spullen uit de auto gepakt, ingecheckt bij hetzelfde hotel, zeer uitgebreid gedoucht en gewassen. Het water in het bad loopt niet al te snel weg, waardoor we ons er tot en met de volgende ochtend van kunnen verzekeren dat we echt vuil zijn geworden van de tocht en het douchen echt nodig was. In een ander café maken we kennis met twee echte Vogezenaren, die beweren dat onze planning voor deze avond helemaal in orde is volgens Frans gebruik. Eerst een (of liever gezegd: meerdere) aperitiefje(s) in de kroeg, vervolgens rustig de tijd nemen voor een aantal gangen diner. In het restaurant blijkt dat helemaal niet volgens plaatselijk gebruik te zijn. Met ons gekozen 5-gangen menu overleven we alle andere tafels, maar dan zitten we ook bom en bomvol. Mochten we kilo's zijn kwijtgeraakt van het wandelen, dan is dat bij deze tenietgedaan, zeker weten.
|
|