Mist en regen
In mist en regen zijn we in Sella Quintino gearriveerd en in mist en regen vertrekken we 's ochtends vroeg weer richting riffugio Giacoletti. Achter ons verdwijnt langzaam een lange rij kinderen, vergezeld door hun ouders en 5 zwaar bepakte ezels in de mist.
Noodweer in de Queras
Het is begin augustus 2002 en de Queras komt bij van een schok. De rivier de Guil, in de Franse Queras, heeft na een korte periode met noodweer een waar slagveld in de gelijknamige vallei achtergelaten. Ristolas, Abriès en Aiguilles, de hooggelegen dorpjes in de vallei, zijn aan een ramp ontsnapt. De woeste vloedgolf heeft de rivierbedding over een breedte van zeker 50 meter uitgesleten. Geen boom staat nog overeind, delen van de weg zijn verzakt of zelfs weggeslagen, bruggen liggen verwrongen op de kant gesmeten. Wat rest is nu alleen nog tonnen en tonnen aan gruis en stenen dat links en rechts in de bedding metershoog ligt opgestuwd. Door deze woestenij slingert nu een smal, lieflijk beekje...
Wennen aan het wandelen
Meteo France geeft voor de komende dagen schitterend weer op zodat we goedgemutst en dik ingesmeerd de rugzakken omgooien bij l'Echalp, de Guil passeren via een gerepareerde brug, het lariksbos inlopen en de eerste hoogtemeters van de 7-daagse Tour du Monte Viso zijn een feit. De eerste dag is altijd zwaar, het lichaam moet zich aanpassen aan de hoogte, moet zich een ander, lager ritme aanmeten, het is wennen aan de rugzak, wennen aan de inspanning van de 1200 mt lange klim naar col Vieux op 2806 mt. Zo gauw we echter na een uur of 2 klimmen het lariksbos uitlopen en de kleurige alpenweiden kunnen ruiken, de steile besneeuwde loodrechte wanden van de Monte Viso in de verte kunnen aanschouwen en de eerste gemzen in beeld hebben, is de inspanning vergeten en genieten we van de lunch in de zon aan het op 2400 mt gelegen Lac Egorgeou, onder de immense, gladde rotsplaten van de Crête de Taillante.
Dag 2 Naar de Col Chamoussiere.
In de verte de markante Visoletto, 3348 m., het broertje van de Viso.
Tour du Monte Viso
De officiele Tour du Monte Viso kan in 3 of 4 dagen worden gelopen. Via een paar hoge cols loop je een rondje om het Monte Viso-massief. De Monte Viso is veruit de hoogste top van de Queras maar bevindt zich op Italiaans grondgebied. Met zijn 3841 mt. torent hij ruim 500 meter boven de meest nabije top uit. Aangezien wij een week de tijd hebben beginnen we met een extra lus via de GR-58. Zodoende lopen we de 2e dag na een voortreffelijk ontbijt in refuge Agnel, via Col Chamoussière naar de Pic de Caramantan op 3021 mt. Deze kale, verweerde afgeplatte top biedt een prachtig panorama op de toppen van de Queras, de Ecrins, de Mercantour en Piemonte. Ondanks het zonnige weer waait het verschrikkelijk hard en dalen we snel af naar de pitoreske private refuge de la Blanche, mooi gelegen aan het gelijknamige meer op 2500 mt. in een kom onder de Tête de Toillies.
Vol en gezellig
"Organisation, organisation..." luidt het motto van de op zich zeer 'coole' eigenaar die enigszins in de hippietijd is blijven hangen. Toch vereist de gang van zaken rond het avondeten inderdaad enige discipline; de hut is zo klein dat er in 3 etappe's aange-schoven moet worden. Wij maken deel uit van de 2e shift en nadat de eigenaar de 1e naar buiten dirigeert krijgen wij toestemming om het knusse eetkamertje te betreden. Tezamen met een ander groepje uitverkorenen zit de kamer propvol waardoor de keukenhulp ons niet rechtstreeks vanuit de keuken, maar via de bar en de veranda, door een kier in de buitendeur de soeppan aangeeft. Onder het genot van een haardvuur en wat flessen wijn (waarvan 1 geschonken door de baas) genieten we na van een prachtige dag en laten het ons goed smaken. De sfeer is goed en het blijft nog lang gezellig. Na een bezoek aan het 100 mt verder gelegen 'toilet rustique' slapen we in op de klanken van de 3e shift, die pal naast het dortoir de ene franse chanson na de andere ten gehore brengt, begeleid door de gitaar spelende kok.