Afdalend over een flauw, halfverhard pad maan ik aan tot spoed in verband met de ruime winkelsluitingstijden welke in Frankrijk tussen de middag gebruikelijk zijn. Marianne en Ellen lopen echter niet zo gemakkelijk vandaag, de één heeft spierpijn, de ander voetzeer. Het maakt ook niet meer uit als we vast lopen in een gedeelte waar de bomen als luciferhoutjes omgevallen en geknakt het pad versperren. De storm van eind 1999 heeft hier goed huisgehouden.
Struinend omhoog en omlaag op kompaskoers. Het is leuk maar het schiet niet op. In Wihr-au-Val aangekomen brengt een fonteintje verkoeling voor de voetjes. In tegenstelling tot wat we verwacht hebben, zijn Carla en Paul nog niet in gearriveerd in het dorpje. Eenmaal herenigd blijken ze verkeerd gelopen te zijn, waardoor ze een flinke omweg hebben gemaakt.
De supermarkt mag dan wel dicht zijn, de keuken van de plaatselijke pizzabakker is wel in gebruik. De salade en de pasta smaken perfect, een enkeling dut even in. Uitbuiken doen we met de voeten in de fontein, genietend van het zonnetje. De lange rust is wel nodig voor de stevige klim omhoog 's middags. We lopen nog een keer grandioos verkeerd, eenmaal op het juiste pad lopen Carla en ik in gestrekte draf omhoog. Voor Carla het gebruikelijke tempo, ik zet mijn geestelijke agressie om in spierkracht, heerlijk afreageren.
Bij een gesloten hutje wachten we op de rest, hier moet een goed kampplekje te vinden zijn. Bovendien moet er volgens de kaart een bronnetje in de buurt zijn. Een verkenningstocht maakt duidelijk dat dit bronnetje een verroeste buis is waar een piepklein straaltje water uit komt, het is niet veel, maar het is voldoende. Op de top van de heuvel is voldoende ruimte voor de tenten. Achter het hutje liggen houtblokken opgestapeld, aan alle kanten worden houtblokken aan de rugzak bevestigd, de intentie moge duidelijk zijn, een kampvuur zit er wel in.
Carla durft eindelijk bij Ellen in de tent te slapen. Of is dit een keuze van de minst slechte?
Woensdag 3 mei - afdalen naar de bewoonde wereld met pinautomaat, maar helaas... - langs Lautenbach waar Margriet natuurlijk uitgebreid geportretteerd wil worden - indrukwekkend onweer bij onze kampeerplek hoog in de hellingen van de Vogezen
Reeds om 8 uur zijn we klaar voor vertrek. Langzaam afdalen, eerst door het bos, later langs een riviertje door de weilanden, op zoek naar een pinautomaat en een supermarkt. Het wordt hoog tijd dat mijn Franse geld en de etensvoorraden in het algemeen worden aangevuld. Positief ingesteld als ik ben, verwachtte ik in elk dorpje een geldautomaat, in Nederland is Nagele tenslotte ook reeds voorzien van een kastje in de muur waar geld uit kan komen als je het pasje er op de juiste wijze in frommelt. Niet dus, en dat had ik kunnen weten, in de Haute Provence (oktober 1999) was er eveneens geen pinautomaat te vinden in de kleine dorpjes onderweg. Ik ben overigens erg hardleers op dit punt, met Hemelvaartzwerftocht later dit jaar zat ik voor de verandering wéér zonder Frans geld.
Zo ook in Osenbach geen pinautomaat, de supermarkt daarentegen is open. Bij de fontein werken we de veroverde bakjes yoghurt naar binnen. Terwijl de weg geasfalteerd wordt, haasten we ons het dorp uit richting het hoogtepunt van deze reis: het dorp Lautenbach. Door een verschillend looptempo vallen we snel uiteen in twee groepjes. Gezellig kletsend lopen Paul, Carla en ik over een halfverhard door de weilanden. Als we genoeg hebben van de gecultiveerde paden, duiken we het bos in, waar we ons over, door en tussen een in onbruik geraakt pad worstelen. Het lukt ons niet helemaal om de route te vinden die we op de kaart voor ogen hebben, mooi is het echter wel. We komen uit op een smal paadje wat ons bovenlangs Lautenbach voert. En dan is het eindelijk zo ver, we staan bij het naambord van het dorp. Foto's uiteraard. Met alle concentratie die ik bezit probeer ik alle elementen van dit dorp te absorberen in mijn gedachten. Woonden hier mijn voorouders? Wat is de connectie tussen mij en dit dorp? Het is in ieder geval een lieflijk dorpje, charmant, sfeervol, de gedachte bekruipt me om hier de periode na mijn pensioengerechtigde leeftijd door te brengen.
Bij de kerk, welke een rare mengelmoes is van Romaanse, Byzantijnse en gotische bouwstijlen, wachten we op Marianne en Ellen. Hoe geweldig het dorp voor mij ook mag zijn, een pinautomaat is er niet. Ellen doet op het laatste moment voor de lunchpauze nog wat boodschappen en is zo slim om te bedenken dat wijn bij het eten wel aangenaam is.
Op het binnenplaatsje van een café drinken we een kop koffie en nog één terwijl we onder het afdak beschutting zoeken voor enkele druppels die uit de grijze hemel naar beneden vallen.
Als we Lautenbach uit lopen moeten er wederom foto's gemaakt worden van mij met het naambord. Terwijl de auto's voorbij zoeven zit, sta en ik hang ik in verscheidene poses voor de fotoreportage.
Na Lautenbach gaan we redelijk vlug op zoek naar een geschikt plekje voor de overnachting. Het onweer dreigt en we zijn moe. Bij de eerstkomende plaats waar het opzetten van een tent mogelijk is, is geen stromend water aanwezig, bovendien stikt het er van de muggen. Uiteindelijk vinden we een zeer geschikt weiland bij twee gesloten zomerhuisjes. De tenten staan nog maar net als de eerste druppels vallen. Het duurt niet lang voor het onweer in alle hevigheid losbarst. Van drie kanten komen de donkere wolken donderend aanzetten.
Paul, Marianne en Ellen liggen in de tenten te slapen als ik me bij Carla voeg, ze heeft het schuurtje van één van de twee huisjes geconfisceerd. Het schuurtje is voorzien van twee boomstammen die als zitplaats dienen en als de stalen plaat waar we met onze rug tegenaan zitten ons koude rillingen bezorgt, blijken de isolatieplaten na verbouwing van het schuurtje zeer goed te fungeren als rugleuning. Af en toe glip ik even naar buiten, om onder een afdakje te genieten van dit hemelse geweld. Het uitzicht is prachtig, het dorpje Morbach in het dal, de heuvels van de Vogezen, het Rijndal, waar de zon nog steeds schijnt, de contouren van het zwarte woud en het onweer erboven. Het onweer houdt zeker twee uur aan, maar ik heb me geen moment verveeld.
Als het opklaart is het tijd voor koffie, eten, wijn, een avondwandelingetje en weer wijn. De waxinelichtjes komen op tafel. Het is gezellig.
Ik maak me enigszins zorgen over het grondzeil van de tent, wat afgelopen winter poreus leek te zijn. Wanneer we in onze slaapzak kruipen, blijkt het mee te vallen. Het is vochtig, donkere plekken tekenen zich af, maar daar valt mee te leven. Dacht ik...
Donderdag 4 mei - een lekke tent, vervolgens naar Le Grand Ballon - afscheid van Paul en Carla - klauteren over omgevallen bomen en toch een kampeerplekje gevonden
Mijn dromende ontwaken wordt woest verstoord door een schreeuw van Marianne. "Gadverdamme, alles is nat!" Suf kijk ik met half open ogen om me heen, voel even aan alle kanten van de slaapzak en kom tot de conclusie dat er niets aan de hand is. Deze gedachte blijkt onjuist als ik op aandringen van Marianne de tent nader inspecteer. De plassen in de tent zijn groter dan erbuiten. Ongelooflijk hoe snel het grondzeil gedegenereerd is. Omdat ik mijn kleren in mijn Gore-tex jas gerold heb en ik toevalliger wijze op het matje heb geslapen in plaats van ernaast, ondervind ik weinig schade van deze overvloed aan water. Marianne heeft het minder getroffen: matje door en door nat, slaapzak nat, koud en daardoor slecht geslapen. Ik vind het vervelend dat Marianne slecht geslapen heeft (een goede nachtrust is essentieel, zeker als je voor het eerst een trektocht maakt), anderzijds vind ik dit soort exercities de uitdaging van trektochten, er kan van alles gebeuren, van een beetje afzien leer je je grenzen kennen, ontdek je wat je kunt hebben en wat niet, realiseer je hoe gemakkelijk het dagelijks leven is in de huidige westerse samenleving. Maar ja, dat is makkelijk praten, mijn slaapzak was tenslotte niet nat.
In m'n eentje loop ik naar Le Grand Ballon. Paul en Carla zijn me voor gegaan, Marianne en Ellen vertrekken iets later. De route is goed gemarkeerd. In het ritme van de voetstappen mijmer ik over mijn leven en mijn dromen. Het werd hoog tijd om gedachten te ordenen en dit is de ultieme gelegenheid ervoor.
Paul en Carla tref ik op de parkeerplaats aan de voet van de Ballon. Als eerste bereik ik de subtop (op het echte hoogtepunt staat een weerstation o.i.d.). Terwijl tent en slaapzak te drogen hangen drinken we voor de laatste keer samen koffie. Paul en Carla lopen vandaag terug naar Kruth. Groepsfoto. Afspraak voor foto reünie. Brok in keel, heb ik altijd met afscheid nemen, zelfs in zo'n onbenullige situatie.
| Wat een leven! Na een ontbijtje in de buitenlucht pakken we onze tenten in en gaan we weer op stap [foto Ellen] |
Over de GR 532 dalen we af naar St. Amarin. Het onweer wat boven het genoemde dorp hangt, is niet te ontwijken, de laatste 200 m dalen we af in de stromende regen. De vervallen, gesloten café's die we in het straatbeeld treffen, passen geheel bij onze stemming. In de dorpskern worden we echter hartelijk welkom geheten in een restaurant. De gastvrouw heeft geen enkel bezwaar tegen onze natte en modderige zooi. Ook niet als we deze op alle mogelijke manieren te drogen uitstallen. Mijn vreugde wordt pas echt aangewakkerd door de aanwezigheid van een pinautomaat, die het nog doet ook. Geld. Hoe graag ik de westerse consumptieve samenleving de rug toekeer, helemaal zonder kan ik niet, dat blijkt wel als ik de knisperende biljetten in mijn kontzak steek.
We moeten tot 14.30u wachten voor de supermarkt open is. We drinken koffie, eten een heerlijke salade. Ondertussen houden de wolken op met huilen en komt de zon te voorschijn. Om 15.30u is alles gekocht en ingepakt. Gezamenlijk klimmen we omhoog over een halfverhard pad. Eenmaal een kleiner paadje ingeslagen lopen we vast, omgevallen boomstammen versperren de weg. Het pad volgen heeft geen zin en we besluiten door deze woestenij omhoog te klauteren. Het begint leuk, over een boomstam, er onderdoor, zoeken naar een logische route. Maar opeens staan we verloren te kijken halverwege de helling, waar we ook heen willen, aan alle kanten is het een chaos van stammen, takken en los puin. Verder omhoog, het avontuurlijke klauteren wordt een heuse commando training. We raken elkaar kwijt en hervinden ons weer. Om door de takken heen te komen moet je je gewicht in de strijd gooien. Na een uur worstelen bereiken we een halfverhard pad, nog een paar bomen overwinnen om gehavend met bloedende benen en in mijn geval met een gescheurde broek de schuilhut te bereiken die we als eindbestemming in gedachten hadden.
De hut is voorzien van een tafel met twee banken en een open haard. Eenmaal bijgekomen van de enorme inspanning (uiteraard onder het genot van een fles wijn) gaan we hout sprokkelen.
Het vuur brandt, het is een gemoedelijk tafereeltje, wat schrijven, wat eten maken, eten, slaapzak uitrollen. Geen nat grondzeil deze keer, Marianne en ik slapen lekker in de hut bij het smeulende vuurtje.