![]() |
VOORJAARS ZWERFTOCHT VOGEZEN 2000 |
Zaterdag 29 april - een moeilijke start voor Margriet: vroeg opstaan, ontmoeting met de wandelaars in Kruth
Ik lig nog volledig in coma als het tot me doordringt dat de telefoon gaat. Verdomme, ik heb me verslapen. Marianne staat al even te wachten op Rotterdam CS. Ellen gebeld dat ik onderweg ben. Koninginnenacht was dit jaar veel te gezellig.
Bij Ellen drinken we nog een overheerlijke kop koffie volgens Ellens recept (of komt dat van oma?). Om 12.00u zitten we eindelijk in de auto. Een kort gesprek, de radio gaat aan, Marianne dut in op de achterbank en ik ben te duf om een zinnig woord uit te brengen. Bij Brussel komen we een kilometers lange file terecht. Wegwerkzaamheden, zonder dat er een werkend mens te bespeuren valt. Het stilzitten gaat me vervelen en aangezien ik dan over het algemeen erg vervelend word, plaatst Ellen me snel op de chauffeurs stoel.
Om 18.45u nemen we als eerste plaats in auberge 'De la France' in Kruth. De gehele groep eet hier vanavond. Het is leuk om iedereen weer even te spreken. We vormen een loopgroepje met Carla en Paul. Gezellig. Gezamenlijk bekijken we de kaart en met behulp van de 'Vogezen-ervaring' van Mies stippelen we een indicatieve route uit met een aantal klassieke hoogtepunten die we zeker willen aandoen de komende dagen.
Na het eten zetten we de tent op waarna we terug lopen naar Kruth. We duiken nog even lekker de kroeg in om onder het genot van een biertje te bomen over relaties, mannen, familie en uiteraard: wandelen. Om 01.00u is het echt de hoogste tijd om de tent van de binnenkant te gaan bekijken.
Zondag 30 april - wandelen in de besneeuwde Vogezen, over Le Rainkopf, en kamperen bij een refuge
Om 8.45u staan we bepakt en bezakt klaar om op weg te gaan. En hoe! Direct 700m omhoog. Zoals gewoonlijk sprint Carla omhoog met haar ijzeren conditie en tot mijn verbazing huppelt Marianne er in hoog tempo achteraan. Voor Marianne wordt dit haar eerste echte rugzaktrekking en ik maakte me wel enige zorgen over een nieuweling tussen dit groepje rouwdouwers. Zoals het er uitziet, had ik mij die zorgen wel kunnen besparen.
Zelf sleep ik me zwaar zwetend omhoog, alle afvalstoffen van de afgelopen feesten komen naar buiten door poriën die mij tot nu toe onbekend waren. Het zonnetje laat zich van haar beste kant zien en op Le Petit Ventron gaan snel de korte broeken aan (of de lange pijpen uit, maar net hoe je het wilt bekijken).

| De avond tevoren ziet het er somber uit in het plaatsje van aankomst, Kruth. Maar de volgende ochtend schijnt de zon. We sjouwen over het bospad omhoog en boven op de Ventron hebben we dit prachtige uitzicht. [Eerste dag] [tekst Ellen] |
Over de graat en door het prachtig gemengde woud lopen we in noordelijke richting. Af en toe steken we een klein sneeuwveldje over. De witte sneeuw vormt een prachtig contrast met de groene bomen. Op een veldje bij le Grand Ventron hebben we een mooi uitzicht op de omgeving. Kruth en het bijbehorende meer liggen diep verscholen in het dal. Een geweldig koffieplaatsje.
We trekken verder over Col de Bramont. Op Le Rainkopf (geweldig, al die Duitse namen met Franse voorvoegsels) aanschouwen we hoe parapenters gebruik maken van de thermiek. Vlak boven ons hoofd zweven ze door de lucht.
Mariannes eerste kennismaking met sneeuw op wandelschoenen bekomt haar niet zo goed. Sneeuw in de schoenen, natte voeten en uitglijden zijn haar deel als de vermoeidheid parten begint te spelen. Tijdens een afdaling maakt ze een flinke schuiver wat haar een pijnlijke pols oplevert. Gelukkig blijkt de schade mee te vallen.
Omdat we in het bos willen kamperen, vullen we onze waterzakken bij een refuge. Over een halfverhard pad (GR 531) blijven we op gelijke hoogte lopen. Hier zijn we bij lange na niet de enigen die wandelen als prettige vrijetijdsbesteding zien. Half Frankrijk is hier op de been. Bij de parkeerplaats aan eind van het halfverharde pad houden de meeste wandelaars het gelukkig voor gezien, zodat wij een niveautje lager ongestoord kunnen genieten van de zon. Alhoewel, als we goed en wel zitten, verdwijnt de zon achter een grote wolk. Stug volhardend blijven we 1 1/2 uur zitten wachten op de aangename warmte van deze vuurbol. Marianne en Paul doen een dutje.
Goed en wel op zoek naar een geschikte kampplek, moeten we nog even traverseren over een sneeuwveldje. Voor Ellen spannend, want de gevulde 4-liter waterzak zit niet geheel op de juiste plek in haar rugzak en daardoor is de combinatie topzwaar, wat voortbewegen over steile verijsde sneeuw akelig maakt. Achteraan in de rij sta ik te rillen en te klappertanden, ik heb me iets te koud laten worden tijdens onze "zon"pauze.
Bij een dichte refuge zetten we ons neer voor het avondeten. Volgens aanwijzingen is het niet toegestaan om te kamperen, maar zoektochten in de omgeving leveren niets op.
Carla ziet haar kans schoon om niet bij Ellen in de tent te hoeven slapen en spant haar grondzeiltje bij de hut om daar te bivakken.

| We vinden de eerste dag een mooi kampeerplekje op een verlaten alm. De volgende ochtend dalen we door groene nevelwouden af naar twee meertjes en klimmen we daarna weer omhoog. Bovenstaande foto is tijdens de afdaling gemaakt. [Tweede dag] [tekst Ellen] |
Maandag 1 mei - afdaling in een groene donkere kom met een groot uitgevallen visvijver, of is het toch een meer - naar de Hohneck en over de befaamde Sentier des Roches
Het pad waar we vandaag de wandeling mee willen beginnen is afgesloten, 'danger' vertelt het bord ons. Gezien de steile helling en de resterende sneeuwvelden kunnen we ons daar iets bij voorstellen. We leggen onze avontuurlijk ingestelde karakter even opzij en kiezen het zekere voor het onzekere, via een ander pad dalen we af het dal in. De vegetatie is heel bijzonder: heel groen, veel mos, varens, hoge bomen. In combinatie met het vochtige, warme weer lijkt het geheel op een regenwoud. Bij het meer is de plaatselijke visclub al in actie.
Aan de andere kant van het dal klimmen we omhoog, een smal zig zag paadje leidt ons omhoog tot we boven het bos uitlopen. Tussen de 'le Petit' en de 'echte' Hohneck besluiten we de laatste te laten voor wat het is. Nadat we ons ervan verzekerd hebben dat de aanwezige auberge echt gesloten is, dalen we af op zoek naar een koffieplaatsje uit de wind. Wie zoekt zal vinden, we vinden het mooiste pauzeplekje in de Vogezen. Een grasveldje in een kom met uitzicht op een roedel herten, skiërs, parapenters, wandelaars en rotsklimmers. De Fransen zijn actief bezig. Het is dan ook een feestdag in Frankrijk: dag van de arbeid. Logischerwijze zijn de mensen dan vrij.
We dalen verder af over een rotsachtig paadje, hier en daar ligt sneeuw en af en toe struinen we door het bos om een lastig ogend sneeuwveldje te vermijden. De sneeuw is verraderlijk, glad aan de bovenkant en behoorlijk gesmolten aan de onderzijde. Vlak na Frankental slaan we linksaf om het drukke halfverharde pad te vermijden. Het paadje loopt door een zompig dal. Blijkbaar wordt het pad niet veel belopen, het wordt vager en vager, tot er geen pad meer zichtbaar is. We klauteren over een sneeuwveld en over met mos bedekte rotsblokken. Een klein muisje steekt zijn hoofdje even boven de grond uit om te inspecteren wat zijn slaap verstoort. Als we eindelijk een beloopbaar pad ontdekken, komen we al snel weer uit op de hoofdroute: Sentier des Roches. Een prachtig ruig en rotsachtig pad over en langs steile rotswanden, wat de meest geweldige uitzichten oplevert. Als het pad omhoog kronkelt en Ellen en ik terugblikken, zien we Marianne in aanvaring met een hond, terwijl deze ons rustig voorbij dartelde, belet hij Marianne een brugje over te steken door vervaarlijk te grommen.
In een restaurantje op Col de la Schlucht smaken de broodjes met Munster kaas geweldig. Even bijtanken voor het tweede gedeelte van het dagtraject, wat zeker voor Paul, de enige mannelijke deelnemer van ons gezelschap, hard nodig. Via de GR 5 lopen we over de graat in noordelijke richting. Het is ontspannen lopen, het pad door de heidevelden blijft op hoogte en aan beide kanten kijken we uit over de omliggende dalen en heuvels van de Vogezen.
Bij het Lac des Truites, waar we onze overnachtingsplaats gepland hebben, is de auberge open. Bier! We kunnen er geen genoeg van krijgen. Als de auberge sluit, slenteren we langzaam weg om geen argwaan te wekken. Tegen de tijd dat we de laatste auto zien vertrekken, duiken we het weiland achter de auberge in. Een mooie plaats voor de tenten. De invloed van alcohol blijft niet onopgemerkt als Ellen een poging doet om een toiletplaats te vinden op een steile gruishelling zonder enige beschutting.
Terwijl wij de tenten opzetten verbouwt Carla het nabijgelegen verlaten huisje tot overnachtingsplaats, een houten deur over enkele boomstammen en klaar is de bivakplaats.

| Een heerlijk kampeerplekje, daar in de omgeving van het forellenmeer. 's-Avonds is het mooi weer en komt er nog een vogel ons kampje bekijken. De volgende ochtend is er mist. [tekst Ellen] |
Dinsdag 2 mei - door afwisselend boerenland naar Wihr-au-Val waar de winkel dicht is... gelukkig kunnen we er wel warm eten - omhoog en kamperen bij een klein bronnetje
Over het glooiende boerenland lopen we in oostelijke richting. De ochtendzon en het gemakkelijk pad moedigen niet aan tot wakker worden, half slapend hoor ik iemand voorstellen een koffiepauze te nemen. Ik stem direct in met dit idee, maar Carla en Paul willen door. Even verderop besluiten we te splitsen. Carla en Paul lopen verder, wij gaan gedrieën koffie drinken. We zullen elkaar weer treffen in Wihr-au-Val. Tijdens de koffie beginnen Marianne en Ellen weer over hun werk te ouwehoeren, ik heb er genoeg van, ik ben met vakantie, bovendien waren de laatste weken op mijn werk niet de meest glorieuze en daar wil ik even niet mee geconfronteerd worden.

| Een minder bekend heuvelgebied is dat nabij Wihr-au-Val, met als hoogste top de Stauffen [foto Ellen] |
Afdalend over een flauw, halfverhard pad maan ik aan tot spoed in verband met de ruime winkelsluitingstijden welke in Frankrijk tussen de middag gebruikelijk zijn. Marianne en Ellen lopen echter niet zo gemakkelijk vandaag, de één heeft spierpijn, de ander voetzeer. Het maakt ook niet meer uit als we vast lopen in een gedeelte waar de bomen als luciferhoutjes omgevallen en geknakt het pad versperren. De storm van eind 1999 heeft hier goed huisgehouden.
Struinend omhoog en omlaag op kompaskoers. Het is leuk maar het schiet niet op. In Wihr-au-Val aangekomen brengt een fonteintje verkoeling voor de voetjes. In tegenstelling tot wat we verwacht hebben, zijn Carla en Paul nog niet in gearriveerd in het dorpje. Eenmaal herenigd blijken ze verkeerd gelopen te zijn, waardoor ze een flinke omweg hebben gemaakt.
De supermarkt mag dan wel dicht zijn, de keuken van de plaatselijke pizzabakker is wel in gebruik. De salade en de pasta smaken perfect, een enkeling dut even in. Uitbuiken doen we met de voeten in de fontein, genietend van het zonnetje. De lange rust is wel nodig voor de stevige klim omhoog 's middags. We lopen nog een keer grandioos verkeerd, eenmaal op het juiste pad lopen Carla en ik in gestrekte draf omhoog. Voor Carla het gebruikelijke tempo, ik zet mijn geestelijke agressie om in spierkracht, heerlijk afreageren.
Bij een gesloten hutje wachten we op de rest, hier moet een goed kampplekje te vinden zijn. Bovendien moet er volgens de kaart een bronnetje in de buurt zijn. Een verkenningstocht maakt duidelijk dat dit bronnetje een verroeste buis is waar een piepklein straaltje water uit komt, het is niet veel, maar het is voldoende. Op de top van de heuvel is voldoende ruimte voor de tenten. Achter het hutje liggen houtblokken opgestapeld, aan alle kanten worden houtblokken aan de rugzak bevestigd, de intentie moge duidelijk zijn, een kampvuur zit er wel in.
Carla durft eindelijk bij Ellen in de tent te slapen. Of is dit een keuze van de minst slechte?
Woensdag 3 mei - afdalen naar de bewoonde wereld met pinautomaat, maar helaas... - langs Lautenbach waar Margriet natuurlijk uitgebreid geportretteerd wil worden - indrukwekkend onweer bij onze kampeerplek hoog in de hellingen van de Vogezen
Reeds om 8 uur zijn we klaar voor vertrek. Langzaam afdalen, eerst door het bos, later langs een riviertje door de weilanden, op zoek naar een pinautomaat en een supermarkt. Het wordt hoog tijd dat mijn Franse geld en de etensvoorraden in het algemeen worden aangevuld. Positief ingesteld als ik ben, verwachtte ik in elk dorpje een geldautomaat, in Nederland is Nagele tenslotte ook reeds voorzien van een kastje in de muur waar geld uit kan komen als je het pasje er op de juiste wijze in frommelt. Niet dus, en dat had ik kunnen weten, in de Haute Provence (oktober 1999) was er eveneens geen pinautomaat te vinden in de kleine dorpjes onderweg. Ik ben overigens erg hardleers op dit punt, met Hemelvaartzwerftocht later dit jaar zat ik voor de verandering wéér zonder Frans geld.
Zo ook in Osenbach geen pinautomaat, de supermarkt daarentegen is open. Bij de fontein werken we de veroverde bakjes yoghurt naar binnen. Terwijl de weg geasfalteerd wordt, haasten we ons het dorp uit richting het hoogtepunt van deze reis: het dorp Lautenbach. Door een verschillend looptempo vallen we snel uiteen in twee groepjes. Gezellig kletsend lopen Paul, Carla en ik over een halfverhard door de weilanden. Als we genoeg hebben van de gecultiveerde paden, duiken we het bos in, waar we ons over, door en tussen een in onbruik geraakt pad worstelen. Het lukt ons niet helemaal om de route te vinden die we op de kaart voor ogen hebben, mooi is het echter wel. We komen uit op een smal paadje wat ons bovenlangs Lautenbach voert. En dan is het eindelijk zo ver, we staan bij het naambord van het dorp. Foto's uiteraard. Met alle concentratie die ik bezit probeer ik alle elementen van dit dorp te absorberen in mijn gedachten. Woonden hier mijn voorouders? Wat is de connectie tussen mij en dit dorp? Het is in ieder geval een lieflijk dorpje, charmant, sfeervol, de gedachte bekruipt me om hier de periode na mijn pensioengerechtigde leeftijd door te brengen.
Bij de kerk, welke een rare mengelmoes is van Romaanse, Byzantijnse en gotische bouwstijlen, wachten we op Marianne en Ellen. Hoe geweldig het dorp voor mij ook mag zijn, een pinautomaat is er niet. Ellen doet op het laatste moment voor de lunchpauze nog wat boodschappen en is zo slim om te bedenken dat wijn bij het eten wel aangenaam is.
Op het binnenplaatsje van een café drinken we een kop koffie en nog één terwijl we onder het afdak beschutting zoeken voor enkele druppels die uit de grijze hemel naar beneden vallen.
Als we Lautenbach uit lopen moeten er wederom foto's gemaakt worden van mij met het naambord. Terwijl de auto's voorbij zoeven zit, sta en ik hang ik in verscheidene poses voor de fotoreportage.
Na Lautenbach gaan we redelijk vlug op zoek naar een geschikt plekje voor de overnachting. Het onweer dreigt en we zijn moe. Bij de eerstkomende plaats waar het opzetten van een tent mogelijk is, is geen stromend water aanwezig, bovendien stikt het er van de muggen. Uiteindelijk vinden we een zeer geschikt weiland bij twee gesloten zomerhuisjes. De tenten staan nog maar net als de eerste druppels vallen. Het duurt niet lang voor het onweer in alle hevigheid losbarst. Van drie kanten komen de donkere wolken donderend aanzetten.
Paul, Marianne en Ellen liggen in de tenten te slapen als ik me bij Carla voeg, ze heeft het schuurtje van één van de twee huisjes geconfisceerd. Het schuurtje is voorzien van twee boomstammen die als zitplaats dienen en als de stalen plaat waar we met onze rug tegenaan zitten ons koude rillingen bezorgt, blijken de isolatieplaten na verbouwing van het schuurtje zeer goed te fungeren als rugleuning. Af en toe glip ik even naar buiten, om onder een afdakje te genieten van dit hemelse geweld. Het uitzicht is prachtig, het dorpje Morbach in het dal, de heuvels van de Vogezen, het Rijndal, waar de zon nog steeds schijnt, de contouren van het zwarte woud en het onweer erboven. Het onweer houdt zeker twee uur aan, maar ik heb me geen moment verveeld.
Als het opklaart is het tijd voor koffie, eten, wijn, een avondwandelingetje en weer wijn. De waxinelichtjes komen op tafel. Het is gezellig.
Ik maak me enigszins zorgen over het grondzeil van de tent, wat afgelopen winter poreus leek te zijn. Wanneer we in onze slaapzak kruipen, blijkt het mee te vallen. Het is vochtig, donkere plekken tekenen zich af, maar daar valt mee te leven. Dacht ik...
Donderdag 4 mei - een lekke tent, vervolgens naar Le Grand Ballon - afscheid van Paul en Carla - klauteren over omgevallen bomen en toch een kampeerplekje gevonden
Mijn dromende ontwaken wordt woest verstoord door een schreeuw van Marianne. "Gadverdamme, alles is nat!" Suf kijk ik met half open ogen om me heen, voel even aan alle kanten van de slaapzak en kom tot de conclusie dat er niets aan de hand is. Deze gedachte blijkt onjuist als ik op aandringen van Marianne de tent nader inspecteer. De plassen in de tent zijn groter dan erbuiten. Ongelooflijk hoe snel het grondzeil gedegenereerd is. Omdat ik mijn kleren in mijn Gore-tex jas gerold heb en ik toevalliger wijze op het matje heb geslapen in plaats van ernaast, ondervind ik weinig schade van deze overvloed aan water. Marianne heeft het minder getroffen: matje door en door nat, slaapzak nat, koud en daardoor slecht geslapen. Ik vind het vervelend dat Marianne slecht geslapen heeft (een goede nachtrust is essentieel, zeker als je voor het eerst een trektocht maakt), anderzijds vind ik dit soort exercities de uitdaging van trektochten, er kan van alles gebeuren, van een beetje afzien leer je je grenzen kennen, ontdek je wat je kunt hebben en wat niet, realiseer je hoe gemakkelijk het dagelijks leven is in de huidige westerse samenleving. Maar ja, dat is makkelijk praten, mijn slaapzak was tenslotte niet nat.
In m'n eentje loop ik naar Le Grand Ballon. Paul en Carla zijn me voor gegaan, Marianne en Ellen vertrekken iets later. De route is goed gemarkeerd. In het ritme van de voetstappen mijmer ik over mijn leven en mijn dromen. Het werd hoog tijd om gedachten te ordenen en dit is de ultieme gelegenheid ervoor.
Paul en Carla tref ik op de parkeerplaats aan de voet van de Ballon. Als eerste bereik ik de subtop (op het echte hoogtepunt staat een weerstation o.i.d.). Terwijl tent en slaapzak te drogen hangen drinken we voor de laatste keer samen koffie. Paul en Carla lopen vandaag terug naar Kruth. Groepsfoto. Afspraak voor foto reünie. Brok in keel, heb ik altijd met afscheid nemen, zelfs in zo'n onbenullige situatie.

| Wat een leven! Na een ontbijtje in de buitenlucht pakken we onze tenten in en gaan we weer op stap [foto Ellen] |
Over de GR 532 dalen we af naar St. Amarin. Het onweer wat boven het genoemde dorp hangt, is niet te ontwijken, de laatste 200 m dalen we af in de stromende regen. De vervallen, gesloten café's die we in het straatbeeld treffen, passen geheel bij onze stemming. In de dorpskern worden we echter hartelijk welkom geheten in een restaurant. De gastvrouw heeft geen enkel bezwaar tegen onze natte en modderige zooi. Ook niet als we deze op alle mogelijke manieren te drogen uitstallen. Mijn vreugde wordt pas echt aangewakkerd door de aanwezigheid van een pinautomaat, die het nog doet ook. Geld. Hoe graag ik de westerse consumptieve samenleving de rug toekeer, helemaal zonder kan ik niet, dat blijkt wel als ik de knisperende biljetten in mijn kontzak steek.
We moeten tot 14.30u wachten voor de supermarkt open is. We drinken koffie, eten een heerlijke salade. Ondertussen houden de wolken op met huilen en komt de zon te voorschijn. Om 15.30u is alles gekocht en ingepakt. Gezamenlijk klimmen we omhoog over een halfverhard pad. Eenmaal een kleiner paadje ingeslagen lopen we vast, omgevallen boomstammen versperren de weg. Het pad volgen heeft geen zin en we besluiten door deze woestenij omhoog te klauteren. Het begint leuk, over een boomstam, er onderdoor, zoeken naar een logische route. Maar opeens staan we verloren te kijken halverwege de helling, waar we ook heen willen, aan alle kanten is het een chaos van stammen, takken en los puin. Verder omhoog, het avontuurlijke klauteren wordt een heuse commando training. We raken elkaar kwijt en hervinden ons weer. Om door de takken heen te komen moet je je gewicht in de strijd gooien. Na een uur worstelen bereiken we een halfverhard pad, nog een paar bomen overwinnen om gehavend met bloedende benen en in mijn geval met een gescheurde broek de schuilhut te bereiken die we als eindbestemming in gedachten hadden.
De hut is voorzien van een tafel met twee banken en een open haard. Eenmaal bijgekomen van de enorme inspanning (uiteraard onder het genot van een fles wijn) gaan we hout sprokkelen.
Het vuur brandt, het is een gemoedelijk tafereeltje, wat schrijven, wat eten maken, eten, slaapzak uitrollen. Geen nat grondzeil deze keer, Marianne en ik slapen lekker in de hut bij het smeulende vuurtje.
Tot wandelaars ons pad kruisen. Godzijdank hebben ze een kaart bij zich, we zijn afgedwaald en behoorlijk ook. We moeten terug. Bij de boerderij blijkt er wel een bordje richting Ballon d'Alsace te staan, we hadden even iets beter moeten kijken. Een hele opluchting dat we de juiste route hebben gevonden, vanaf hier is alles zo duidelijk aangegeven dat we geen kaart nodig hebben. Nu Ellen nog. We zetten de spurt erin.

Vrijdag 5 mei - Ellen kwijt (of Margriet en Marianne kwijt?) - en hoe de wandelaarsters elkaar na een prachtige wandeldag met Ballon d'Alsace in St. Maurice weer terugvonden
Voor vertrek werp ik een blik op de kaart om te zien wat we zullen gaan lopen. Over de GR 5 richting Ballon d'Alsace, de gele blokjes route. Ik maak me dan ook geen enkele zorgen als Marianne en ik Ellen uit het oog verliezen. Na een vijfsprong, waar we linksaf slaan, de gele blokjes volgend, gaan we op een hek zitten om Ellen weer bij ons te laten voegen. We wachten geduldig, we wachten nog eens. Geen Ellen. We worden zenuwachtig. We hebben al te lang gewacht om nog terug te gaan in de hoop Ellen terug te vinden. Ze moet een ander pad in zijn geslagen, ze liep wel iets langzamer, maar ook niet zo langzaam. Daar zitten we dan, zonder kaarten, die hangen bij Ellen om haar nek. We besluiten de gele blokjes verder te volgen. De route voert ons langs een boerderij waar genoeg bordjes staan die de weg moeten wijzen, maar geen enkele wijst naar Ballon d'Alsace. Verder langs de gele blokjes, hoewel het kompas eigenlijk een verkeerde kant op wijst, probeer ik me geen zorgen te maken en te genieten van het prachtige smalle paadje wat ons langs de rotsen voert. Het pad blijft maar in zuidelijke richting gaan, dat is niet goed. We weten het inmiddels allebei, we zitten hartstikke fout. We kunnen echter niets anders verzinnen dan gewoon doorlopen.
Bij Col de Perches hangt een briefje voor ons. Ellen loopt volgens plan door naar Ballon d'Alsace om vervolgens af te dalen naar St. Maurice waar ze een camping opzoekt. Ellen weet wel hoe te reageren in zo'n situatie, dit kan niet misgaan. We vervolgen onze weg over een breed bospad. Af en toe een goed gesprek, soms lekker in ons eigen tempo voort banjerend. Voor eten nemen we niet veel tijd, enerzijds willen we verder, anderzijds worden we opgevreten door de muggen.
Een prachtig uitzicht op Lac des Perches, Ballon d'Alsace is in de verte ook al zichtbaar met een dreigende onweerslucht erboven. Langzaam maar zeker komt de sneeuw op de top dichterbij. Nog even een venijnige klim omhoog langs de rand van naar beneden stromend smeltwater. Marianne is moe, vloekend en tierend klimt ze omhoog. Ik zie een paar ranke benen door de lucht maaien en heb moeite om m'n lachen in te houden.
Eenmaal boven barst het onweer los, we staan in de sneeuw, het stortregent en op de volgende heuvel schijnt de zon. Snel regenjassen aan en rennend naar beneden. Restaurantje in. Eindelijk even rustig zitten, koffie en wachten tot het droog wordt. Inmiddels stroomt het restaurant vol met landgenoten die aan komen rijden in vervoermiddelen die het neusje van de zalm onder de automobielen zijn. Op een autokaart kunnen we zien in welke richting we moeten lopen. Een stukje langs de autoweg en dan het bos in. Ook hier zijn de bomen bij bosjes neergestort, maar het pad wordt netjes omgeleid, voorzien van markering en al. Het is toch nog een pittig eind naar beneden, op een autokaart lijkt alles dichtbij.

Goed en wel in St. Maurice zien we Ellen lopen. We zijn weer verenigd. Ellen heeft een camping en een leuk restaurant gevonden. Eerst maar naar het restaurant, het is genoeg geweest voor vandaag. Het restaurant is voorzien van de meest lieve kok die je maar kunt wensen. Na een paar biertjes mogen we zelfs plaatsnemen in de chique eetkamer om ons eten te nuttigen. Het is overheerlijk, voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht, koffie, versnapering. Als het restaurant sluit zijn we nog lang niet bijgepraat. We vinden een nog geopend café wat gerund wordt door drie oude dames. Ze willen gaan sluiten, één van de dames loopt al in haar peignoir, maar we mogen nog wat drinken. Daarna volgende kroeg, de laatste die we kunnen vinden. Een echte franse kale kroeg met tl-buizen en de tv aan. Onze normen en waarden zijn inmiddels wat afgezwakt, kroeg is goedgekeurd voor de laatste (eigenlijk de laatste drie) slaapmutsjes.
Moe, voldaan en in een uitstekend humeur bereiken we de camping.
Zaterdag 6 mei - finale: via Bussang terug naar Kruth
Wakker geworden van het vrachtverkeer kruip ik de tent uit. De camping zag er gisteravond in het donker een stuk beter uit. Omdat het zonnetje lekker schijnt wil ik nog de tijd nemen om rustig te ontbijten. Maar goed ook, want Marianne heeft flink de tijd nodig om haar voetjes te verzorgen en in te pakken.
We willen zo snel mogelijk bij de autoweg vandaan, wat uiteraard resulteert in dwars door het bos struinend tegen de helling op klauteren. Ofwel het alcohol nuttigen van gisteravond was geen goed idee, of dit struinen is geen goed plan. Ik wil niet klimmen, ik wil koffie. Hoewel we snel een plaatsje in de zon opzoeken om cafeïne tot ons te nemen, heb ik de eerste helft van de dag nodig om echt wakker te worden. Het pad blijft lekker op hoogte, omleidingen langs de omgevallen bomen zijn wederom goed aangegeven.
Uitkijkend op Bussang eten we onze lunch. Het watertje wat naar beneden komt zetten is heel verkoelend, maar ook voorzien van gemene braamstruiken. Braamstruiken en ik zijn slechts vrienden op het moment dat deze plant voorzien is van de vruchten die hij voortbrengt.
We doezelen weg in het zonnetje. Vreemd genoeg maken we alledrie gelijk aanstalten om te vertrekken.
's Middags is mijn vorm helemaal terug. Met het idee in mijn achterhoofd dat het de laatste dag is, stuif ik in mijn eentje vooruit. Ik ben nog niet klaar met denken en denken gaat heel goed als ik aan het wandelen ben. De laatste klim bombardeer ik tot wedstrijd met als tegenstander mezelf. Eens kijken hoe snel ik 200m kan stijgen. Het is geweldig hoe snel een menselijk lichaam zich kan aanpassen aan omstandigheden. Een week geleden moest ik mezelf omhoog hijsen, zwetend, hijgend. Nu huppel ik met het grootste gemak omhoog.
Bij een auberge met een prachtig authentiek, Frans terras wacht ik op Ellen en Marianne. Het uitzicht is geweldig, de donkere onweerswolken zijn in gevecht met de zon, de kleurschakeringen van de bomen komen door dit bijzondere licht prachtig tot uitdrukking. Het is een vredig moment. De vakantie is goed geweest. Hoewel ik net zo lief nog een week door de Vogezen trek, is het goed om weer naar huis te gaan, daar wachten nog enkele zaken die ik nodig bij de kop moet pakken.
Gedrieën wandelen we, uiteraard na een kop koffie op het terras, terug naar Kruth. Marianne is aan het eind van haar Latijn. Haar voeten worden geteisterd door blaren. Ellen snelt vooruit om voor 5 uur bij de winkel te zijn om inkopen te doen voor het avondeten, wij doen het rustig aan. We kletsen wat met een ezeltje, tot het dier alleen in eten geïnteresseerd blijkt te zijn.
Kruth, terras, bier, schoenen uit. Tent opzetten, koken, regen, eten. Pratend vallen we met zijn drieën in Ellen haar tent in slaap. Regendruppels tikken op het doek.